Rekenkamer twijfelt aan haalbaarheid passend onderwijs

De Algemene Rekenkamer zet grote vraagtekens bij de haalbaarheid van passend onderwijs. Het evenwicht tussen wat basisscholen aan kunnen en wat van ze gevraagd wordt, is wankel. ‘Zeker leraren moeten balanceren tussen enerzijds de eisen die aan hen worden gesteld en anderzijds de tijd die ze daarvoor hebben en de mate waarin ze voor hun taken toegerust zijn.’

Schoolbesturen merken dat ze via de lumpsumfinanciering minder geld krijgen, onder vanwege demografische krimp en de afname van het aantal leerlingen die daarvan het gevolg is. Ze merken ook dat de kosten niet in dezelfde verhouding dalen als de inkomsten. Als de financiële fitheid van de schoolbesturen blijft afnemen, kan dit er volgens de Algemene Rekenkamer toe leiden dat het voor de schoolbesturen moeilijker wordt om de prestaties te leveren die van ze worden verwacht.

Tot nu toe laten algemene onderzoeken nog geen verontrustend beeld zien, maar op individueel niveau van de schoolbesturen blijkt dat de financiële ontwikkelingen wel verontrustend zijn. Als de buffer sectorbreed in het huidige tempo blijft afnemen, zo stelt de Algemene Rekenkamer, dan komen naar alle waarschijnlijkheid veel besturen al binnen enkele jaren in de problemen. Dit betekent dat ze proactief moeten handelen. De Algemene Rekenkamer adviseert de bewindslieden van OCW te onderzoeken of de ambities voor het basisonderwijs nog wel in balans zijn met de beschikbare mensen, middelen en tijd.

Er is ook naar de inkomsten van de schoolbesturen vanuit de gemeenten gekeken. Ook deze inkomsten zullen voor de schoolbesturen de komende jaren afnemen, doordat de gemeenten bezuinigen. De Algemene Rekenkamer adviseert de gemeenten om de verstrekking van financiële middelen aan het basisonderwijs niet plotseling stop te zetten.

De Algemene Rekenkamer constateert dat de situatie van basisscholen op het terrein van financiën en personeel geen ideale uitgangspositie is voor een succesvolle invoering van passend onderwijs. Er zijn drie belangrijke punten die op korte termijn aandacht vragen van de schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden:

  1. Ruimte voor onderwijsinhoudelijke afwegingen
    Ondanks de financiële positie van schoolbesturen kan de nieuwe bekostigingssystematiek van passend onderwijs ook ruimte bieden om het probleem van de personele bezetting te verlichten. Dit kan door de ondersteuningsmiddelen gerichter in te zetten.
  2. Toerusting van leraren
    Leraren geven aan dat zij vaardigheden moeten ontwikkelen voor het omgaan met leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, maar dat daar in de praktijk vaak geen geld of tijd voor is. Met de terugloop in personeel lijkt het niet waarschijnlijk dat hier verandering in gaat komen. De Algemene Rekenkamer ziet dit dan ook als een risico voor de invoering van passend onderwijs.
  3. Draagvlak op scholen voor passend onderwijs
    De lange periode van onzekerheid over de middelen die een school vanuit het samenwerkingsverband krijgt voor het uitvoeren van passend onderwijs, draagt niet bij aan het draagvlak onder de mensen die passend onderwijs straks in de praktijk moeten brengen.

Het advies van de Algemene Rekenkamer aan de bewindslieden van OCW, de schoolbesturen en de scholen luidt dan ook om de komende tijd te investeren in het vergroten van de draagkracht van scholen in het algemeen en van het onderwijspersoneel in het bijzonder.

Daarnaast ziet de Algemene Rekenkamer een belangrijk punt voor het beleid van OCW, namelijk de dominante rol van de opbrengsten op het gebied van taal en rekenen en het toezicht dat daarop wordt gehouden. Het spanningsveld rond de opbrengsten neemt met de komst van passend onderwijs toe. Dit kan ertoe leiden dat de kwaliteit van de scholen, gemeten volgens de huidige methodiek, omlaag gaat. Het kan er bovendien toe leiden dat scholen geen leerlingen aannemen als blijkt dat die extra ondersteuning nodig hebben, uit angst voor een negatieve beïnvloeding van de leeropbrengsten.

De conclusie van de Algemene Rekenkamer is dat de financiële positie van het basisonderwijs kwetsbaar is geworden en naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren niet zal verbeteren. De wankele verhouding tussen mensen, middelen, taken en tijd in het basisonderwijs vormt een risico voor een succesvolle invoering van passend onderwijs.

Reacties
De PO-Raad laat in een reactie weten veel elementen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer te herkennen. De sectororganisatie benadrukt echter dat van de schoolbesturen niet mag worden verwacht dat zij nog meer dan al het geval is de financiële tering naar de nering zetten. Het probleem van de hoge werkdruk die onder het onderwijspersoneel wordt ervaren, waarover de Algemene Rekenkamer schrijft, kan volgens de PO-Raad worden ondervangen met een op maat gesneden flexibele cao.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW ziet in het rapport van de Algemene Rekenkamer een bevestiging van het kabinetsbeleid om het onderwijs bij de bezuinigingen te ontzien. Het primair onderwijs heeft volgens hem een streepje voor, omdat in deze sector de jaarlijkse prijsbijstelling wettelijk verplicht is. Dekker wijst in zijn reactie ook op het geld dat het ministerie van OCW investeert in de professionalisering van leraren, onder meer om hen voor te bereiden op passend onderwijs.

Tijdens het overleg woensdag in de Tweede Kamer over passend onderwijs zei Dekker dat het niet nodig is om aan de noodrem te trekken. Hij kwam met die opmerking nadat de invoering van passend onderwijs was vergeleken met de krakkemikkige en stilgevallen hogesnelheidstrein Fyra. Wel erkende de staatssecretaris dat het rapport van de Algemene Rekenkamer pijnpunten laat zien.