Rinda den Besten schopt niet meer tegen artikel 23

Dat de beoogd voorzitter Rinda den Besten van de PO-Raad in 2009 tegen de vrijheid van onderwijs schopte, kwam doordat het toen campagnetijd was voor de gemeenteraadsverkiezingen. Zij zit nu ‘niet zo zwaar’ in de discussie over grondwetsartikel 23, zegt ze in een interview met de Besturenraad. Lees verder

Den Besten zei in 2009, toen ze in Utrecht onderwijswethouder en PvdA-lijsttrekker was, tijdens het jaarcongres van de Vereniging Openbaar Onderwijs en op de opiniewebsite Joop.nl dat het duale onderwijsbestel wat haar betreft moest worden afgeschaft om over te gaan tot het ontzuilde concept ‘school’. Ze bracht grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs in verband met de inspanningen voor meer onderwijskwaliteit. Ze wees er destijds op dat het als gevolg van artikel 23 voor de overheid ondoenlijk is om een slechte school te sluiten. Ze zei letterlijk dat het artikel daarom moest worden ‘opgeblazen’.

Mooie ruil?
De totstandkoming van artikel 23 was in 1917 een politieke ruil tussen de liberalen (algemeen kiesrecht voor mannen) en de christelijke partijen (vrijheid van onderwijs). ‘Mooie ruil zou je zeggen, was toen ook zo, maar ik ben er klaar mee’, aldus Den Besten in 2009. ‘Driekwart van de basisscholen in Nederland is bijzonder, protestant, katholiek, reformatorisch, islamitisch etc. Maar de zuilen bestaan in Nederland al lang niet meer: op de katholieke scholen in de grote stad zitten meer moslimkinderen dan vrienden van de paus. En wat is eigenlijk protestants rekenen?’

Wat de vrijheid van onderwijs volgens haar ook oplevert – althans, dat zei ze toen – is dat bijzondere scholen kinderen op grond van religieus geïnspireerde argumenten mogen weigeren. ‘Een gemeente mag met scholen hierover best afspraken maken, maar besturen die niet mee willen werken, zijn onaantastbaar. Dat hele artikel 23 is daarmee verworden tot een onverantwoord experiment met onze kinderen.’

Campagnetijd
Het ondiplomatieke verzet van Den Besten tegen artikel 23 van toen heeft in combinatie met haar huidige kandidatuur voor het voorzitterschap van de PO-Raad vooral in het bijzonder onderwijs tot verbaasde reacties geleid. Naar aanleiding daarvan relativeert zij nu in een interview op de website van Besturenraad haar woorden uit 2009. ‘Het zijn inderdaad stevige woorden. Dat komt ook door de tijd waarin ze geschreven zijn, het was in de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. Als je een opiniestuk schrijft, dan moet het wel doorspekt zijn met een paar stevige woorden.’

Den Besten ontkent nu dat zij destijds voor het ontzuilde concept ‘school’ heeft gepleit. ‘Ik promootte niks, toen niet en nu niet’. Naar eigen zeggen zit ze nu ‘niet zo zwaar’ in de discussie over artikel 23. Ze zegt in het interview op de website van de Besturenraad ook dat zij er als voorzitter van de PO-Raad wil zijn voor alle leden en dat haar toekomstige functie losstaat van haar persoonlijke opvattingen over het onderwijs.

Klik hier voor het interview op de website van de Besturenraad.