Rinnooy Kan: geld nodig van hele kabinet

SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan vindt dat ook andere ministeries financieel moeten bijdragen aan de bestrijding van de lerarentekorten. Het is volgens hem niet goed als de ruim 1 miljard euro die daarvoor nodig is, binnen de begroting van OCW moet worden gevonden. Dat heeft hij gezegd tijdens een interview voor het blad Over Onderwijs van VOS/ABB. Lees verder

Rinnooy Kan, voorzitter van de tijdelijke Commissie Leraren, noemt het lerarentekort een breed maatschappelijk probleem, dat niet door de minister van OCW alleen kan worden opgelost. Hij pleit er daarom voor om ook andere ministers financieel te laten bijdragen aan de bestrijding ervan. Ook minister Wouter Bos van Financiën zou meer geld voor het onderwijs moeten uittrekken.
Daarmee reageert hij positief op een oproep van elf jongeren- en studentenorganisaties, die vinden dat het hele kabinet het groeiende lerarentekort moet bestrijden. ‘Daar ben ik het roerend mee eens’, aldus de SER-voorzitter, die ook het belang wil benadrukken van voldoende onderwijsmanagers. ‘Maar omdat de tijdelijke commissie de opdracht kreeg om vooral het lerarentekort te onderzoeken, gaat het advies niet uitgebreid in op de tekorten aan managers die vooral in het primair onderwijs worden verwacht.’

Ongelukkige karikatuur
Hij gaat in het interview ook in op de kritiek die minister Ronald Plasterk van OCW heeft geuit op de managers in het onderwijs. Plasterk zei op het AOb-congres op 12 juni in Utrecht dat het onderwijs wordt bepaald door managers die vaak twee keer zoveel verdienen als leraren en hen als pionnen heen en weer schuiven. ‘Dat vond ik een ongelukkige karikatuur’, aldus Rinnooy Kan. ‘Er gaat altijd wel iets mis in onderwijsorganisaties, maar je moet oppassen dat je niet alle managers over één kam scheert. Dat is heel vervelend voor al diegenen die het goed doen. En ik weet dat het op heel veel scholen goed gaat’, aldus de SER-voorzitter.

Hij adviseert managers die zich aan de uitspraken van de minister hebben geërgerd, om zich er, hoe moelijk dat ook kan zijn, niet zo druk om te maken. ‘Het hoort bij het vak van leidinggevende dat je tegen kritiek moet kunnen, ook als die onterecht is. Dit vraagt om een nuchtere reactie. Zorg dat je je zaken goed op orde hebt en dat je dat aan de buitenwereld vertelt’, waarmee Rinnooy Kan wijst op het belang van good governance.

Het interview met Alexander Rinnooy Kan wordt gepubliceerd in nummer 6 van Over Onderwijs, dat in december zal verschijnen.

Informatie: Martin van den Bogaerdt, 0348-405297, mvandenbogaerdt@vosabb.nl