Samenwerking VO en BVE-instellingen

Op grond van een nieuwe wettelijke regeling is het voortaan mogelijk dat bepaalde leerlingen van een vo-school ook onderwijs volgen op een andere vo-school of op een bve-instelling. Doel van deze regeling, die met name is bedoeld voor risicoleerlingen, is de kans op voortijdig schooluitval te beperken. Het wordt in zo’n geval ook mogelijk financiële middelen over te dragen. Lees verder

De nieuwe regeling is op 1 januari 2006 in werking getreden. Naast het hoofddoel van terugdringen van schooluitval beoogt de regeling ook de bestaande onderwijsvoorzieningen doelmatiger te gebruiken. Een en ander is geregeld in het nieuwe artikel 25a van de WVO.

De wet bakent de doelgroepen niet exact af, maar geeft in de memorie van toelichting wel globaal aan voor welke drie categorieën leerlingen de regeling gebruikt kan worden. Dat zijn:

a) Risicoleerlingen
Dit betreft leerlingen, die zonder gerichte ondersteuning een vergroot risico lopen, dat zij voortijdig het onderwijs zonder diploma verlaten. Deze leerlingen kunnen tussentijds overstappen naar een BVE-instelling, waarbij de bekostigingsmiddelen met de leerling meegaan. Een andere optie is dat ten behoeve van een risicoleerling een deel van het VO-programma door de BVE-instelling wordt uitgevoerd.
b) Tweede wegdeelnemers
Het gaat daarbij om leerlingen die om uiteenlopende redenen  bij het VAVO het vervolg van hun opleiding willen afmaken.
c) Leerlingen die extra kansen willen benutten
Hierbij kan men denken aan leerlingen die wat meer kunnen en willen. Bijvoorbeeld het volgen van een vak op een andere VO-school of een BVE-instelling.

Een algemene maatregel van bestuur regelt welke leerlingen precies onder artikel 25a WVO vallen. De tekst van dit ‘Besluit samenwerking vo-bve’ staat in de rechterkolom naast dit bericht. 

Samenwerkingsovereenkomst
Scholen die van de regeling gebruik willen maken, moeten een samenwerkingsovereenkomst sluiten, waarin het volgende vastgelegd wordt: het doel van de samenwerking, de doelgroep, de wijze waarop wordt getoetst of het doel bereikt wordt, het onderwijsprogramma, de mogelijke overdracht van financiële middelen en een regeling voor de beslechting van eventuele geschillen.

Overdracht bekostiging
Verlaat een leerling tijdens het schooljaar de school en wordt hij ingeschreven op een andere VO-school of BVE-instelling, dan biedt het eveneens nieuwe artikel 96s WVO de mogelijkheid om vanwege deze tussentijdse overstap financiële middelen over te dragen.

Blijft een leerling op de VO-school ingeschreven, maar volgt deze deels elders een opleiding dan kan ook een overdracht van financiële middelen plaatsvinden (artikel 99, lid 8 WVO).

Meer informatie: Klaas te Bos tel. 0348-405227, ntebos@vosabb.nl

Bijlagen