SBO brengt diversiteit van personeel in kaart

In het onderwijs werken nog steeds erg weinig niet-westerse allochtonen. Het aantal vrouwen in hogere functies neemt toe en het aandeel mannelijke leerkrachten blijft dalen. Dat staat in de Diversiteitsmonitor van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt (SBO). Lees verder

Het aandeel niet-westerse allochtonen loopt met 6,1 procent alleen in het middelbaar beroepsonderwijs in de pas met het gemiddelde bij de overheid. In het voortgezet onderwijs nam het aandeel niet-westerse allochtone medewerkers de afgelopen jaren toe tot 4,7 procent in 2009.

In het primair onderwijs was een lichte daling te zien. Daar lag het percentage niet-westerse allochtone personeelsleden in 2009 op 3,7. De daling heeft onder meer te maken met de beperkte instroom en hoge uitval van allochtone studenten op de pabo. Ook verlaten jonge allochtone leerkrachten vaker het onderwijs dan jonge autochtone leerkrachten.

Het SBO heeft voor zijn Diversiteitsmonitor ook gekeken naar de verhouding man-vrouw. Het blijkt dat vrouwen in toenemende mate hogere functies bekleden, vooral in het primair onderwijs. Maar dit staat nog niet in verhouding tot het totale aantal vrouwen in het onderwijs. De trend van het teruglopend aantal mannelijke leerkrachten in het basisonderwijs zet zich door.

SBO-directeur Freddy Weima benadrukt het belang van personele diversiteit, omdat die volgens hem de kwaliteit en creativiteit van organisaties verhoogt. Bovendien wijst hij erop dat het benutten van al het aanwezige potentieel noodzakelijk is vanwege de personele tekorten die hij constateert.

Klik hier voor de Diversiteitsmonitor;

Klik hier voor factsheet Diversiteitsmonitor.