Schakelklassen

Schakelklassen zijn bedoeld voor autochtone en allochtone leerlingen in het basisonderwijs die een dusdanige achterstand in de Nederlandse taal hebben, dat zij niet met succes kunnen deelnemen aan het reguliere onderwijs. In een aparte groep wordt onderwijs aangeboden dat er op gericht is deze achterstand weg te werken, zodat de leerling daarna (weer) volledig deel kan nemen aan het reguliere onderwijs. Lees verder

Het extra taalonderwijs kan op twee manieren worden gegeven (beide vormen worden als schakelklas aangeduid):

1. gedurende 1 schooljaar in een daartoe speciaal ingerichte groep, al dan niet in combinatie met het volgen van onderwijs in een reguliere groep;
2. in het verlengde deel van de verlengde schooldag in een daartoe ingerichte groep.

Schakelklassen kunnen voor alle groepen in het basisonderwijs worden ingericht, maar ook bij de start van het basisonderwijs en aan het einde van het basisonderwijs, waarbij wordt geschakeld naar het voortgezet onderwijs.

Alle informatie over schakelklassen staat op een uitgebreide website, klik hier.

Wat doet de school?
Het behoort tot de competentie van de school om het lesprogramma in een schakelklas vorm en inhoud te geven. Het lesprogramma zal op de voortgang in de ontwikkeling van de leerling moeten worden afgestemd en zal zodanig ingericht moeten worden dat het ontwikkelingsproces van een leerling niet wordt onderbroken. Daarom is het van belang dat het programma-aanbod in de schakelklas zo veel mogelijk aansluit op de lesstof die de leerlingen ontvingen voorafgaand aan de deelname aan de schakelklas.

Scholen zijn vrij om bij de inrichting van het onderwijs in de schakelklas ook aandacht te besteden aan vakken zoals rekenen, geschiedenis/aardrijkskunde, lichamelijke ontwikkeling, creatieve ontwikkeling en sociale redzaamheid. Juist omdat de leerlingen na het onderwijs in de schakelklas (weer) deelnemen aan het onderwijs in de reguliere groep, is het van belang de leerlingen voor te bereiden op verdere deelname aan het onderwijs zodat ze geen achterstanden oplopen op andere vakken dan de beheersing van de Nederlandse taal. Om de effectiviteit van het instrument schakelklassen vast te stellen wordt met ingang van 1 augustus 2006 een toets- en evaluatiesysteem ingesteld.

Wat doet de gemeente?
Van gemeenten wordt verwacht dat zij met de schoolbesturen afspraken maken over de scholen waaraan schakelklassen worden verbonden en dat zij afspreken op grond van welke criteria wordt bepaald welke leerlingen een grote achterstand in de Nederlandse taal hebben. Gemeenten voeren de regie over de toekenning van het budget voor schakelklassen en schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor de inhoud van het lesprogramma en de selectie van de leerlingen voor de schakelklassen.

Doelstelling
Het is de bedoeling dat in de periode 2006 – 2010 landelijk ongeveer 600 schakelklassen op jaarbasis zijn ingericht door gemeenten, waarin 9.000 leerlingen hebben deelgenomen. In totaal gaat het over de hele periode om zo’n 36.000 leerlingen. 

Verschillende uitwerkingen schakelklassenIn deze schakelklassen zijn de activiteiten gericht op het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden. Daarbij zal met name nadruk worden gelegd op de bevordering van de Nederlandse taal. Door middel van schakelklassen moet een betere doorstroming in het onderwijs plaatsvinden. Een schakelklas kan op verschillende manieren worden vorm gegeven. Een schakelklas kan bestaan uit een aparte groep, een combinatie met de reguliere groep of een schakelklas vindt plaats in het verlengde deel van de verlengde schooldag in een aparte groep. Aparte groep tijdens schooltijdHet onderwijs vindt plaats in een aparte groep. De grootte van de groep kan de school zelf bepalen. Hierdoor kan de schakelklas het karakter hebben van een aparte klas die bestaat uit een klas van de gemiddelde groepsgrootte. De schakelklas kan ook bestaan uit een kleinschaliger vorm van aparte groepjes van leerlingen die extra taalonderwijs ontvangen. De leerlingen volgen het onderwijs in een schakelklas gedurende 1 jaar en gaan daarna naar de reguliere groep. Hierbij kan het gaan om zowel leerlingen die “zij-instromer” zijn of om leerlingen die vanuit de reguliere groep een extra leerjaar volgen in een schakelklas. In beide situaties wordt aan het einde van het schakeljaar beoogd dat de taalachterstand zodanig is ingelopen dat deelname aan het reguliere onderwijs (weer) mogelijk is.

Wanneer het onderwijs in de schakelklas plaatsvindt gedurende 9 dagdelen per week, is er sprake van een voltijdse schakelklas. Het onderwijs in een schakelklas kan ook in combinatie met het onderwijs in de reguliere groep worden aangeboden. Hierbij wordt een
minimum van 8 uur per week vastgesteld waaruit het onderwijs in de “deeltijds” schakelklas moet bestaan. Er is voor gekozen om een minimum aantal uren te verbinden aan een schakelklas die wordt afgewisseld met de reguliere groep. Reden hiervoor is dat het aantal uren taalonderwijs dat in de deeltijdschakelklas wordt gevolgd niet wordt versnipperd en dat de tijd in een deeltijdschakelklas voldoende van aard is om extra taalonderwijs te bieden.

Verlengde schooldag
Voor leerlingen bij wie het niet nodig is om een extra leerjaar in te richten, kan een schakelklas in de vorm van een verlengde schooldag worden ingericht. Deze leerlingen ontvangen intensief taalonderwijs tijdens het verlengde deel van de verlengde schooldag. De leerlingen ontvangen intensief taalonderwijs naast de reguliere schooltijd om daarna naar de volgende groep door te kunnen stromen. Deze schakelklas omvat minimaal 100 uren per jaar. Ook de schakelklas in de vorm van een verlengde schooldag zal worden geëvalueerd. 

Weekend- en zomerschoolIn het onderwijsveld komen steeds vaker weekend- en zomerscholen voor. In een weekend- of zomerschool worden verschillende onderwijsactiviteiten aangeboden. Naast taallessen is een groot deel van de activiteiten gericht op de vergroting van de ontplooiingskansen van kinderen. Zomerscholen en weekendscholen worden gekenmerkt door een vrijwillige deelname en worden gevolgd buiten de reguliere (verplichte) onderwijstijd. 

Dit betekent dat in de reguliere bekostiging aan scholen geen component is opgenomen voor zomer – en weekendscholen. Deze scholen worden in de praktijk mede gefinancierd door verschillende (ook private) sponsors. Dit is een goede ontwikkeling, omdat hiermee ook andere partijen hun maatschappelijke verantwoording nemen.
Gemeenten kunnen de specifieke middelen voor schakelklassen niet inzetten voor deze weekend – en zomerscholen, want het is geen verplichte onderwijstijd. Maar gemeenten kunnen een deel van het budget ‘Overige activiteiten’ inzetten voor het taalonderwijs in zomer – en weekendscholen.