‘Scholen moeten radicalisering beter herkennen’

Onderwijs- en welzijnsinstellingen maken nog te weinig melding van signalen die duiden op radicalisering van jongeren. Dat stelt stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch van Amsterdam-Slotervaart. Ook de Utrechtse onderwijswethouder Rinda den Besten wijst op de speciale rol die het onderwijs heeft in de strijd tegen polarisatie en radicalisering. Lees verder

Marcouch reageert op de tussentijdse rapportage van het Actieplan Tegengaan van Radicalisering. Hij zegt dat scholen radicalisering vaak ten onrechte zien als een incident. De stadsdeelvoorzitter vermoedt dat er soms bewust geen melding wordt gemaakt van radicalisering uit angst voor imagoschade van de organisatie.

Slotervaart ontwikkelde anderhalf jaar geleden als eerste lokale overheid een actieplean om radicalisering tegen te gaan. Het stadsdeel heeft sindsdien 23 dossiers in behandeling. Meer dan de helft van de meldingen komt binnen via het basis- en voortgezet onderwijs.

Het stadsdeel wil radicalisering tegengaan door jongeren kritischer te maken via weerbaarheidstrainingen. Ook leren docenten, jongerenwerkers, imams en moskeebestuurders via trainingen signalen beter te herkennen. Bovendien krijgen ouders van radicaliserende jongeren ondersteuning bij de opvoeding.

Radicalisering in Utrecht
De Utrechtse wethouder Rinda den Besten, die onder meer Jeugd en Onderwijs in haar portefeuille heeft, zei na de presentatie van een onderzoek naar radicalisering in haar gemeente, ook dat het onderwijs een speciale rol heeft om te voorkomen dat jongeren radicale gedachten ontwikkelen.

Ze benadrukte dat leraren bijna dagelijks met jongeren omgaan en hen dus goed in de gaten kunnen houden. Signalen van eventuele radicalisering moeten volgens Den Besten onmiddellijk door de scholen worden opgepikt omvervolgens de desbetreffende jongeren weer op het rechte pad te krijgen.

Het onderzoek naar radicalisering in Utrecht werd uitgevoerd door het Instituut voor Veiligheid en Crisismanagement COT.