Schommelingen in premies Pf/Vf

De premies van het Vervangings- en Participatiefonds (Vf/Pf) schommelen nogal. De ontwikkeling van het ziekteverzuim laat volgens de geregistreerde gegevens een geleidelijke afname zien, zodat ook een daling van de Vf-premie voor de hand zou liggen, maar de laatste tijd zien we eerder een premiestijging. Lees verder

De premiestijging wordt vooral veroorzaakt doordat de bevriezing van het verplicht verzekerdenbestand vanaf 5 juli 2006 ervoor zorgt dat nieuw aangesteld personeel vanaf die datum onder de vrijwillige verzekering valt. Het resterende bestand blijkt relatief hoge kosten met zich mee te brengen, met name veroorzaakt doordat er voor deze groep meer en langer vervanging nodig is dan voor de groep van voor 5 juli 2006.

Weg omhoog
Voor de vrijwillig verzekerde groep blijkt het tegendeel, waardoor die premie fors lager is dan die van de verplicht verzekerden. Aanvankelijk was dat 2,5 procent, maar ondertussen is de weg omhoog ook al ingeslagen en ligt de premie nu op 3,5 procent. Dat is echter nog steeds zeer fors beneden de 8,31 procent die sinds 1 februari 2008 voor de verplicht verzekerden geldt.

De ‘echte’ premiedruk voor een werkgever is dus afhankelijk van de gewogen premies van respectievelijk het verplichte en het vrijwillige bestand. Die premiedruk blijkt overall te zijn gedaald. Van belang is wel te signaleren dat de daling van het ziekteverzuim vanaf begin 2007 niet meer doorzet en schommelingen vertoont. De mogelijkheid is dus aanwezig dat de kosten van vervanging over de hele linie gelijk blijven of mogelijk iets gaan stijgen. 

Arbeidsmarkt
De ontwikkeling op de arbeidsmarkt zorgt er mede voor dat het beroep op het Pf de laatste jaren is afgenomen. Dat leidt tot een daling van de premie per 1 januari 2008 met 0,55 procent tot 1,51 procent.

De ontwikkeling van de premies heeft uiteraard effect op de werkgeverslasten en daarmee op de indexering van de gemiddelde personeelslasten. Het artikel in de rechterkolom van dit bericht gaat daar nader op in. De ingewikkelde materie zorgt ervoor dat het artikel niet eenvoudig wegleest. Maar om goed zicht te houden op de ontwikkeling van de werkgeverslasten – ook in verband met het opstellen van de meerjarenbegroting – wordt kennisneming ervan aanbevolen.

Informatie; Bé Keizer, 0348-405251, bkeizer@vosabb.nl

Bijlagen