School dicht: minder burenhulp, hogere zorgkosten

Als een dorp zonder basisschool komt te zitten, wordt daar de sociale cohesie aangetast.  Dat kan leiden tot minder burenhulp en dus hogere zorgkosten. Dat stelt Stimuland, een Overijsselse stichting die de verbinding wil leggen tussen beleid en praktijk op het platteland.

Stimuland vreest dat met het verdwijnen van de kleinescholentoeslag in veel plattelandsdorpen de laatste basisschool zal verdwijnen. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft in zijn krimpvisie aangekondigd dat de kleinescholentoeslag wordt omgezet in een bonus op samenwerking tussen scholen.

De Overijsselse stichting in het dorp Vilsteren bij Ommen stelt dat een school de basis vormt voor de sociale structuur van de toekomst. ‘In dorpen waar scholen verdwijnen, is aandacht voor leefbaarheid dan ook belangrijk’, benadrukt Stimuland.

‘De afschaffing van de kleinescholentoeslag kan verstrekkende gevolgen hebben, vooral wanneer er een stapeling van factoren plaatsvindt. Bijvoorbeeld: geen samenwerkingstoeslag meer, stijgende huisvestingskosten en tegenvallende bekostiging als gevolg van invoering van passend onderwijs.’

Volgens Stimuland levert een school een (indirecte) bijdrage aan de leefbaarheid ‘door inzet van bewoners te genereren’ en ‘ontmoeting en interactie te faciliteren’. Bovendien wordt de school gezien als ‘identiteitsdrager’.

‘Als de laatste kleine school in een dorp verdwijnt, is de verwachting dat het draagvlak voor burgerparticipatie kleiner wordt’, aldus Simuland. Dat zou volgens deze stichting kunnen resulteren in minder burenhulp en daardoor tot hogere zorgkosten.