School weigert ten onrechte autistische leerling

Een school voor voortgezet onderwijs die een autistische leerling heeft geweigerd, heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. Dit oordeel komt van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).
Lees verder

De ouders van de autistische leerling met leerlinggebonden financiering (rugzakje) meldden hem aan bij een school voor de opleiding vmbo-t. Het advies van de ambulante dienst en de basisschool was positief. Zij vonden dat vmbo-t het beste past bij de mogelijkheden van de leerling.

De school besloot echter de leerling af te wijzen. De directeur liet dit de ouders telefonisch weten met de mededeling dat de hij een klassiek autist niet aandurfde en hem niet de begeleiding kon bieden die hij nodig had. Het zorgteam van de school had de directie geadviseerd.

De CGB is van oordeel dat hier sprake is van verboden onderscheid op grond van handicap of chronische ziekte. De school had volgens de commissie moeten kijken hoe de problemen in verband met het autisme van de leerling konden worden opgelost. ‘De school is te veel afgegaan op algemene denkbeelden en heeft te weinig gekeken naar het individu’, aldus de CGB.