Schoolkeuzemotieven

Dit is een samenvatting van hoofdstuk 4 (‘Schoolkeuze’) van het rapport ‘Ouders over opvoeding en onderwijs’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (2004). Lees verder

De rangorde van keuzemotieven die ouders in principe hanteren:

  • In de eerste plaats kijken ouders naar kwaliteit, in de vorm van een voorkeur voor hetzij kindgericht onderwijs (breed vormingsaanbod en veel aandacht voor het welbevinden van verschillen tussen kinderen), hetzij meer prestatiegericht onderwijs (meer aandacht voor leerprestaties en voor de materiële toerusting van de school).
  • De kindgerichte motieven domineren enigszins maar ouders hechten zowel aan kindgerichte als prestatiegerichte kenmerken, hooguit leggen ze andere accenten.
  • Pragmatische overwegingen zoals bereikbaarheid ligt evenals het levensbeschouwelijke uitgangspunt van het onderwijs, in principe veel lager in de rangorde van keuzemotieven.
  • De beschikbaarheid van goede tussen- en naschoolse opvang heeft zelfs een uitgesproken lage plek; hoewel er grote behoefte is worden scholen er niet op uitgezocht.

De uiteindelijke keuze

  •  Als het op de uiteindelijke afweging tussen scholen aankomt blijken pragmatische en levensbeschouwelijke overwegingen toch weer belangrijk te zijn.
  • Na de goede sfeer is bereikbaarheid het meest genoemde motief dat uiteindelijk de doorslag heeft gegeven bij de schoolkeuze.
  • Ook de aansluiting van het onderwijs op geloof of levensbeschouwing wordt vrij veel genoemd.
  • Wat hier waarschijnlijk speelt (volgens onderzoekers) is de moeilijke waarneembaarheid van de kwalitatieve verschillen tussen scholen, waardoor ouders bij de uiteindelijke afweging toch terugvallen op makkelijk waar te nemen kenmerken.
  • Illustratief is dan dat de goede naam (een kwalitatief kenmerk ‘van horen zeggen’) een kwalitatief kenmerk is dat wel veel wordt genoemd als doorslaggevend argument bij de uiteindelijke schoolkeuze.
  • De realiteit van de schoolkeuze is dus maar ten dele in overeenstemming met het ideaalbeeld van de op kwaliteit kiezende ouder. Weliswaar onderschrijven ouders vooral allerlei kwalitatieve keuzecriteria, als het er op aankomt verschuift het zwaartepunt toch vaak naar pragmatische en uiterlijke criteria.

Verschillen in keuzecriteria; oude en nieuwe differentiatie

  • voor Nederlands hervormde en met name gereformeerde ouders is de aansluiting tussen school en gezin op het punt van levensbeschouwing een belangrijke keuzeoverweging.
  • Voor islamitische ouders is het van belang dat de school hun geloof respecteert, de school hoeft echter geen islamitische grondslag te hebben.
  • Voor rooms-katholieke ouders speelt de levensbeschouwing nauwelijks een rol bij de schoolkeuze, maar de rooms-katholieke scholen zijn qua keuzemotieven dan   ook niet van openbare te onderscheiden. Dit in tegenstelling tot de pc-scholen, waarvoor nog vaak op basis van levensbeschouwing wordt gekozen.
  • De scholen van kleine christelijke richtingen zijn de absolute tegenpool van de openbare en rk-scholen.

Het verlies aan betekenis van levensbeschouwelijke verschillen bij de schoolkeuze enerzijds en de nadruk op marktwerking bij de schoolkeuze en profilering van het aanbod anderzijds, maken de weg vrij voor nieuwe vormen van differentiatie, zoals die naar sociaal-economische status. In de praktijk leggen hoger opgeleide ouders inderdaad andere accenten (vooral kindgericht) bij de schoolkeuze dan lager opgeleide ouders (vooral prestatiegericht).

Scheiding tussen autochtone en allochtone leerlingen
De segregatie is voor een flink deel het gevolg van de ongelijke spreiding van allochtonen en autochtonen over woonwijken. Door de schoolkeuze neemt segregatie verder toe. Autochtone ouders hebben de voorkeur voor een school die qua sfeer en denkbeeld bij hen past, wat in hun beleving samengaat met de aanwezigheid van leerlingen uit een vergelijkbaar milieu.

Allochtone ouders letten bij de schoolkeuze op het niveau van de school en op de voorzieningen voor achterstandsleerlingen. Omdat scholen met veel achterstandsleerlingen hun onderwijsaanbod toespitsen op de behoeften van hun leerlingen, neemt hun aantrekkelijkheid voor andere groepen verder af.