Schoolleiders: weinig oog voor externe ontwikkelingen

Schoolleiders hebben in het algemeen weinig aandacht voor externe ontwikkelingen. Dat is de conclusie van een onderzoek naar leiderschap in het primair onderwijs, dat is uitgevoerd door adviesbureau Berenschot. Er hebben 2300 schoolleiders aan meegewerkt. Lees verder

De uitkomsten van het onderzoek zijn neergelegd in het boek ‘Passend leiderschap, elke school de beste baas’. Eén van de auteurs is Theo Camps, directievoorzitter van Berenschot. Hij vindt dat schoolleiders en besturen veel meer en systematisch gebruik moeten maken van tevredenheidsonderzoeken onder personeel, ouders en partners van de school. Hij constateert dat schoolleiders onvoldoende actief zijn als het gaat om het mobiliseren van de ‘relevante omgeving’.

Ontwikkelfase
Theo Camps: "Op grond van tevredenheidsonderzoeken kunnen schoolleiders zich een objectief beeld vormen van de opvattingen in de verschillende geledingen en de betekenis voor de ontwikkelfase van de school. Zo voorkomen besturen en directeuren dat ze overvallen worden door ontwikkelingen."

Centrale vraag in het onderzoek was hoe schoolleiders tot passend leiderschap kunnen komen. Om de match tussen schoolleider en school te vergroten, werd een model ontwikkeld. Hierin wordt wat de schoolleider doet afgezet tegen wat de school op dat moment nodig heeft: nieuwe koersbepaling, ontwikkeling en vernieuwing of het consolideren van de gekozen strategie. Volgens Theo Camps is er sprake van passend leiderschap als dat aansluit bij de ontwikkelfase van de school.

De onderzoekers constateren dat schoolbesturen lang niet altijd helder hebben of er sprake is van passend leiderschap volgens deze definitie. Dit in tegenstelling tot zaken met een hoog financieel risico (zoals het bouwen van een school) of specifieke problemen, die besturen meestal wel duidelijk voor ogen staan.
‘Schoolleiders en bestuur moeten met elkaar in gesprek en samen beoordelen wat de school nodig heeft en of de schoolleider de juiste rollen op zich neemt om de school in deze fase effectief te leiden’, stelt Theo Camps. De omvang van het bestuur lijkt bij de inschatting van passend leiderschap geen rol te spelen.

Op basis van het onderzoek en de interviews formuleren de auteurs van ‘Passend leiderschap, elke school de beste baas’ een aantal ontwikkeltips voor de schoolleiders. Tevens doen zij aanbevelingen voor schoolleiders en besturen om de match tussen ontwikkelbehoefte van de school en de gewenste sturing door de directeur te verbeteren. Ook kunnen schoolleiders via met een leiderschapsscan  achterhalen welk leiderschapstype op hen van toepassing is.

Meer informatie op www.berenschot.nl