Sluiting bijzondere school slechts indirect mogelijk

De discussie over de examenfraude bij de islamitische Ibn Ghaldoun-school in Rotterdam brengt een belangrijk verschil tussen openbaar en bijzonder onderwijs naar voren. De minister van OCW kan een stelselmatig slecht presterende openbare school sluiten, maar de wet biedt die mogelijkheid niet als het een bijzondere school betreft. Wel kan de minister dan de bekostiging van die school stopzetten. 

Ibn Ghaldoun was in 2000 de eerste islamitische school voor voortgezet onderwijs in Nederland. Na de sluiting in 2010 van het Islamitisch College Amsterdam is Ibn Ghaldoun ook weer de enige Nederlandse islamitische vo-school.

De geschiedenis van de school in Rotterdam hangt van problemen aan elkaar. De school kreeg boetes, omdat overheidsgeld onrechtmatig was gebruikt, onder andere voor reizen naar Mekka. Bovendien stonden er ten onrechte imams op de loonlijst.

Ook bleven de prestaties jarenlang beneden peil. Nu is de school in het nieuws, nadat is gebleken dat er bij een inbraak eindexamens zijn gestolen en verhandeld. Leerlingen zijn daarvoor gearresteerd. In verband met de fraude bepaalde de Inspectie van het Onderwijs dat alle eindexamenkandidaten van Ibn Ghaldoun opnieuw examen moesten doen.

Sluiten?
In de politiek wordt de roep steeds luider om de Ibn Ghaldoun-school te sluiten. De onderwijswetten bieden daartoe echter niet direct de mogelijkheid. In de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) staat dat sprake is van ‘ernstig of langdurig tekortschieten’ als de school onder de norm scoort en er volgens de Inspectie van het Onderwijs bovendien onvoldoende (bereidheid tot) verbetering is.

In dat geval biedt artikel 164b van de WPO en artikel 109a van de WVO de minister de mogelijkheid om een openbare school op te heffen. Voor het bijzonder onderwijs geldt echter dat de minister de school dan niet kan opheffen, maar dat hij wel de bekostiging kan beëindigen.

Vrijheid van onderwijs
Dit verschil komt voort uit lid 2, 3 en 4 van artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs). Op grond hiervan gelden voor het openbaar onderwijs de wettelijke bepalingen als algemeen verbindende voorschriften. Ten aanzien van het bijzonder onderwijs is er sprake van bekostigingsvoorwaarden, die in formele slechts in vrijheid zijn aanvaard.

Dit brengt met zich mee dat bij beëindiging van de bekostiging een bijzondere school op eigen financiële kracht door zou kunnen gaan. De positie van de minister van OCW ten opzichte van het bijzonder onderwijs is dus zwakker dan die ten opzichte van het openbaar onderwijs.

In de huidige discussie over de Ibn Ghaldoun-school in Rotterdam zou de minister dus in het uiterste geval kunnen overgaan tot stopzetting van de bekostiging. Dit zou kunnen leiden tot sluiting van de school, maar dat hoeft dus niet per se.

Het lijkt echter zeer waarschijnlijk dat bij de eventuele beëindiging van de bekostiging Ibn Ghaldoun dicht zou gaan. Eerder gebeurde dit met het Islamitisch College Amsterdam, toen daarvan de bekostiging werd stopgezet.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl