Stichting openbaar onderwijs: gemeente mag begroting en jaarrekening aan eigen belang toetsen

Voordat de stichting en de openbare rechtspersoon hun begroting en jaarrekening kunnen vaststellen, moet de toezichthoudende gemeente deze stukken hebben goedgekeurd. Deze gemeentelijke toetsingsbevoegdheid reikt verder dan in het bestuursrecht gebruikelijk is. Dit blijkt uit het recente wetsvoorstel om de onderwijswetgeving aan de Algemene wet bestuursrecht (derde tranche) aan te passen. Lees verder

De stichting en de openbare rechtspersoon die een of meer openbare scholen in standhouden staan onder wettelijk toezicht van de gemeenteraad. Het betrokken schoolbestuur kan de begroting en jaarrekening niet eerder vaststellen dan nadat de gemeente deze heeft goedgekeurd (artt. 42a en 42b, zesde lid en onder d WPO resp. WVO). Deze goedkeuringsbevoegdheid heeft de betekenis die in het bestuursrecht gebruikelijk is en kan als zodanig worden gezien als voorwaarde voor inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de begroting en de jaarrekening. Het is preventief toezicht. Dit betekent dat de gemeente de inwerkingtreding en uitvoering van deze stukken kan tegenhouden. Het betekent echter niet dat de gemeente op de stoel van het schoolbestuur moet gaan zitten De zelfstandigheid van de stichting en de openbare rechtspersoon is leidraad. De gemeente moet zich terughoudend opstellen en zijn bevoegdheid niet gebruiken voor een ander doel dan waarvoor de wet deze gegeven heeft. Dat doel is hier met name behartiging van het financieel belang van de openbare school respectievelijk de gemeente. Artikel 268 van de Gemeentewet biedt aan ieder de mogelijkheid een besluit te laten toetsen, en zo mogelijk te laten vernietigen.
Aldus de regering bij de behandeling van het wetsontwerp voor de verzelfstandiging van het openbaar onderwijs waarbij de stichting en de openbare rechtspersoon mogelijk werden (Nota naar aanleiding van het verslag. TK 1995-1996, 24 138, nr. 5).

Met andere woorden, de gemeentelijke goedkeuringsbevoegdheid is bedoeld verder te gaan dan wat op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mogelijk is. Volgens de Awb beperkt de toetsingsbevoegdheid zich tot de vraag of de begroting en de jaarrekening in strijd met het recht zijn. Het is tegen deze achtergrond dat de regering nu bij de aanpassing van de onderwijswetgeving aan de Derde Tranche van de Algemene Wet Bestuursrecht (TK 27 265 nr. 1-2) een wijziging van de betrokken wetsartikelen voorstelt. Het voorstel is om expliciet te bepalen dat de gemeente haar goedkeuring kan onthouden “wegens strijd met het recht of met het algemeen belang, waaronder het financiële belang van de gemeente”.

VOS/ABB kan dit voorstel volgen. Het is immers de gemeente die, indien de stichting of de openbare rechtspersoon in ernstige financiële problemen geraakt, vanwege haar grondwettelijke zorgplicht voor het openbaar onderwijs, onder omstandigheden zal moeten bijschieten of in het uiterste geval het bestuur van de openbare scholen zal moeten terugnemen. De voorgestelde wettelijke basis is dan een adequate formele aanvulling op het toezicht dat de gemeente in de praktijk reeds in goed overleg met het verzelfstandigde openbaar onderwijs uitoefent. Het komt het belang van het openbaar onderwijs in het algemeen ten goede zonder afbreuk te doen aan de zelfstandige positie van de stichting en de openbare rechtspersoon.

Het voorstel bevat geen aanpassing van bepalingen voor het samenwerkingsbestuur, de stichting die zowel openbare als bijzondere scholen in stand houdt terwijl verdedigbaar is dat het financieel belang van de openbare school en de gemeente daar op dezelfde manier spelen als bij de verwante bestuursvormen. Het samenwerkingsbestuur is echter van een andere orde, omdat deze ook bijzondere scholen in stand houdt. Doorslaggevend lijkt echter dat de gemeente hier geen goedkeuringsbevoegdheid heeft ten aanzien van de begroting en de jaarrekening maar slechts overleg kan voeren met het stichtingsbestuur. De gemeente neemt dus ook geen besluit waartegen artikel 268 Gemeentewet in stelling zou kunnen worden gebracht.
Dit neemt niet weg dat het financieel belang van de gemeente bij het samenwerkingsbestuur op dezelfde wijze aan de orde is als bij de stichting en de openbare rechtspersoon. De gemeente heeft er daarom belang bij het overleg met het samenwerkingsbestuur zo in te richten dat zij die informatie over het openbaar onderwijs verkrijgt dat zij in staat is te beoordelen of het financieel belang van de gemeente behoorlijk is gewaarborgd.

Het wetstraject ter aanpassing van de onderwijswetgeving aan de Awb is net in gang gezet. De verwachting is dat het nog ten minste een jaar zal duren alvorens het geheel kracht van wet zal hebben.