Goed toezicht voor goed bestuur

Strakkere regels voor bestuurders en toezichthouders zijn nodig. Dat laat het debacle rond de gevallen interconfessionele onderwijskolos Amarantis zien. In het openbaar onderwijs is het toezicht in principe al goed geregeld, maar ook daar kan het misgaan als de gemeenteraden hun rol niet serieus nemen.

Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW doen een aantal voorstellen om de bestuurskracht in het onderwijs te versterken. Directe aanleiding was de door en door verrotte bestuurscultuur van de uit zijn krachten gegroeide interconfessionele onderwijsgroep Amarantis. Terwijl de Inspectie van het Onderwijs en het ministerie van OCW allang op de hoogte waren van de zich opstapelende problemen, hadden zij geen instrumenten in handen om de megalomane bestuurders van Amarantis, die zich in hun ivoren torens aan de Zuidas in Amsterdam hadden verschanst, een halt toe te roepen. Het trieste resultaat kennen we.

Eerder zagen we een vergelijkbaar proces bij islamitische schoolbesturen, die zich met grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs in de hand beriepen op hun bestuurlijke zelfstandigheid. Het resultaat was dat er tegen beter weten in scholen in stand werden gehouden die slecht onderwijs verzorgden en er ook nog eens financieel een potje van maakten. Gemeentebestuurders probeerden er een einde aan te maken, maar dat lukte hun pas nadat het al volledig in de soep was gedraaid.

Wat dit betreft is het goed dat de minister en de staatssecretaris nu met maatregelen komen om het bestuur in het onderwijs en het toezicht daarop strakker te organiseren. Het mag duidelijk zijn dat incompetente bestuurders en slapende toezichthouders niet op hun plaats mogen blijven zitten. De overheid moet hiertegen kunnen optreden, temeer daar het onderwijs met gemeenschapsgeld wordt betaald.

In het openbaar onderwijs is dit in principe al goed geregeld, omdat de gemeenteraad als extern toezichthouder dient in te grijpen als dat nodig is. Dat dit in de praktijk niet overal goed gaat, bewijst de situatie bij het openbaar onderwijs in Rotterdam. Daar trad de gemeenteraad niet op tegen een jaknikkende raad van toezicht en een bestuurder van wie men serieus kan betwijfelen of hij, zoals Bussemaker en Dekker het uitdrukken, het moreel kompas genoeg had afgesteld om in het onderwijs te kunnen werken.

Meer regels lijken een oplossing voor het probleem dat niet alle bestuurders en toezichthouders hun vizier op goed onderwijs hebben gericht en/of niet integer zijn, maar zoals dat voor regels geldt, hangt uiteindelijk alles af van de naleving ervan. Daarbij is het van belang om goed in de gaten te houden dat er geen heksenjacht op bestuurders en toezichthouders ontstaat. Bijna iedereen zet zich voor de volle 100 procent in voor goed onderwijs, wat niet wegneemt dat het toezicht beter kan om de rotte appels ertussenuit te halen.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB