Taalachterstand bij doorgestroomde vmbo’ers

Startende mbo’ers zijn onvoldoende taalvaardig, meldt Bureau ICE op basis van eigen onderzoek. De uitkomst van het onderzoek impliceert dat het vmbo leerlingen aflevert die een te laag taalniveau hebben. Lees verder

Bureau ICE onderzocht 1300 startende mbo’ers en zette de resultaten af tegen de normen die volgens de Common European Framework of Reference (CEF) voor het mbo gelden. De resultaten werden gekoppeld aan de gegevens van kandidaten die de afgelopen jaren de Digitale Intaketoets Beroepsopleidingen (DIGIBO) hebben gemaakt. DIGIBO is een eigen intake-instrument van Bureau ICE.

De resultaten tonen volgens de onderzoekers aan dat de overgrote meerderheid van de mbo’es niet verder komt dan halverwege de schaal van het CEF. Een kwart blijft steken op het niveau A2, oftewel dat van de ‘afhankelijke gebruiker’ van taal. Ruim de helft haalt B-niveau. Zij kunnen zich ‘meer gevorderde, onafhankelijke gebruiker’ noemen.

Bureau ICE vraagt zich impliciet af of het mbo wel in staat is om de taalachterstanden weg te werken, waarmee veel doorgestroomde vmbo-leerlingen aan hun opleiding beginnen. ‘Als we uitgaan van een mbo-leerling van 16 jaar op een niveau 2-opleiding die in Nederland al basisschool en een middelbare schoolopleiding heeft afgerond, dan verwachten we van het mbo dat dat in staat is daar een heel taalniveau bij te ontwikkelen. Dat terwijl in de voorgaande 16 jaar niet meer is gelukt dan het groeien van 0 naar taalniveau A2.’

De problemen zijn het grootst in het westen van het land. Daar zit bijna de helft van de mbo 1- en mbo 2-leerlingen onder taalniveau A2. Zij kunnen hooguit simpele teksten begrijpen. Veel gebruiksaanwijzingen zijn voor hen al te moeilijk.

Klik hier voor meer informatie.