Dekker voert druk op samenwerkingsverbanden op

Staatssecretaris Dekker voert de druk op de samenwerkingsverbanden passend onderwijs op. Als ze niet tijdig klaar zijn voor de invoering van passend onderwijs, dreigt hij bewindvoerders aan te stellen die het gaan regelen.

Dit zegt hij vandaag in een interview in NRC Handelsblad. Daarin staat dat de samenwerkingsverbanden volgens Dekker achterlopen met de voorbereidingen voor passend onderwijs, dat per 1 augustus 2014 wordt ingevoerd. De nieuwe samenwerkingsverbanden zouden zich tot nu toe voornamelijk hebben beziggehouden met hun eigen oprichting. Ze zijn daardoor achterop geraakt met de inhoudelijke invulling. Ook worden ouders nog te weinig betrokken, terwijl dat wettelijk is voorgeschreven. ‘Desnoods gaan we bij hen ingrijpen, bijvoorbeeld door een bewindvoerder aan te stellen. Maar dat zal pas laat in het voorjaar zijn’, aldus Dekker in NRC. Een deel van het interview kunt u hier online lezen.

De dreigende taal van de staatssecretaris van onderwijs is overigens niet nieuw. Al eerder, onder meer tijdens de begrotingsdebatten, hekelde hij trage samenwerkingsverbanden. Dat hij dit vandaag herhaalt, geeft aan dat Dekker er nog steeds niet over peinst om de invoering van passend onderwijs uit te stellen. Dat hebben D66 en de SP al wel geopperd.
Zie ook de gerelateerde berichten in de rechterkolom hiernaast.

‘Bewindvoerder op zeer zwakke scholen’

Dit schrijft de Onderwijsraad in het advies ‘Minimum leerresultaten, interventie en intern toezicht’ aan de Tweede Kamer.
Op dit moment kan de minister bij wanbeheer op scholen alleen terugvallen op het zwaarste sanctie-instrument, het stopzetten van de bekostiging. Tijdelijke bewindvoering kan volgens de raad mogelijk een sleutel zijn tot het aanpakken van fundamentele problemen in zwakke scholen.

Het advies is uitgebracht op verzoek van de Tweede Kamer in het kader van de behandeling van het Wetsvoorstel goed bestuur, goed onderwijs. Dit wetsvoorstel heeft tot doel het instrumentarium van de overheid te verbeteren om slagvaardiger te kunnen optreden als er sprake is van een ernstige of langdurige tekortschietende onderwijskwaliteit op een school of bestuurlijk wanbeheer van één of meer scholen. Tevens regelt het wetsvoorstel de verplichtstelling voor alle schoolbesturen om bestuur en intern toezicht  te scheiden. Daarbij tekent de Onderwijsraad aan dat de overheid specifiek moet aangeven hoe kleine eenpitters aan dit principe kunnen voldoen zonder gedwongen te worden tot een bestuurlijke fusie.

Het beoordelen van scholen op minimum leerresultaten moet volgens de raad gebeuren aan de hand van objectieve en absolute standaarden die scholen maximale rechtszekerheid en rechtsgelijkheid geven. Er moet op gelet worden dat de invoering van minimum leerresultaten niet leidt tot ongewenste neveneffecten, zoals snellere verwijzing naar het speciaal onderwijs.

Als de wetgever de huidige voorgestelde normering wil handhaven moeten twee referenties worden gehanteerd: een referentie met een vergelijkbare populatie én een referentie naar alle scholen. Zou er gekozen worden voor enkel een relatieve beoordeling van opbrengsten met een vergelijkbare leerlingenpopulatie (lees achterstandsleerlingen), dan zou onterecht de suggestie worden gewekt dat we van scholen met veel achterstandsleerlingen blijvend minder mogen verwachten.

De raad stelt opnieuw voor leerstandaarden te introduceren voor een aantal kernonderdelen voor basisvakken zoals rekenen en taal.

Lees het volledige advies.