‘VVE-programma’s taal en rekenen voegen niets toe’

Onderwijsprogramma’s om leerachterstanden bij jonge kinderen te voorkomen, hebben niet het verwachte effect. Dat blijkt uit onderzoek van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

De Nijmeegse sociologen Inge Bruggers en Maurice Gesthuizen en onderwijskundige Geert Driessen schrijven in het tijdschrift Mens en maatschappij dat onderwijsprogramma’s voor peuters en kleuters van allochtone afkomst en/of met laagopgeleide ouders niet effectief zijn. Het gaat specifiek om programma’s voor taal en rekenen. Voor het onderzoek baseerden de onderzoekers zich op de Cito-gegevens van 3922 leerlingen in de cohort-studie COOL 5-18.

In de gratis krant Spits benadrukt Bruggers dat dit onderzoek niet uitwijst dat onderwijsprogramma’s voor VVE slecht zijn, maar wel dat er strenger moet worden gekeken naar hun effectiviteit. ‘Daar is nauwelijks iets over bekend. We zien in dit grootschalige onderzoek dat de achterstanden over de tijd niet verdwijnen. Dat hadden we wel gehoopt’, aldus Bruggers.

Sinds het jaar 2000 hebben tienduizenden kinderen van 2,5 tot en met 5 jaar extra onderwijs gehad. Omgerekend is daar jaarlijks zeker 400 miljoen euro mee gemoeid, schatten onderzoekers. VVE is bedoeld om zo veel mogelijk achterstand weg te werken voordat kinderen aan de basisschool beginnen.

In een reactie in Spits laat een woordvoerder van het ministerie van OCW weten dat de VVE-programma’s niet ter discussie staan: ‘Het onderzoek houdt geen rekening met recente verbeteringen.’