Dekker brandt zijn vingers niet aan etniciteit

Het opleidingsniveau van de ouders blijft de bepalende factor in de gewichtenregeling. De factor ‘etniciteit’ blijft buiten beschouwing voor het toekennen van achterstandsgeld. Dat blijkt uit een brief die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De brief van Dekker gaat over de resultaten van het onderzoek naar de gewichtenregeling en de vervolgstappen die op grond van die resultaten nodig zijn.

Het onderzoek laat onder andere zien dat de hoge foutmarge in de praktische uitvoering van de gewichtenregeling komt door de complexiteit van de regeling in combinatie met onvoldoende kennis van de uitvoering van de regeling bij veel basisscholen en in sommige gevallen een gebrekkige leerlingenadministratie. Bovendien hangt de hoge foutmarge samen met het feit dat de basisscholen afhankelijk zijn van de kwaliteit van de informatie die de ouders aan ze geven.

Anders organiseren?
Dekker heeft gekeken of het mogelijk is de gewichtenmiddelen op andere gronden te verdelen en de benodigde informatie niet meer door de scholen maar centraal aan te laten leveren. De beste indicatoren van onderwijsachterstanden zijn het opleidingsniveau van de ouders, hun etniciteit, de taal die kinderen thuis spreken en –in mindere mate– het huishoudinkomen. Alleen etniciteit en huishoudinkomen zijn centraal beschikbaar.

Hoewel de Onderwijsraad in september 2013 adviseerde om achterstandsgelden voor basisscholen weer toe te kennen op basis van het opleidingsniveau van de ouders in combinatie met hun etniciteit, kiest Dekker niet voor herinvoering van die laatste (omstreden) factor. Tot 2006 telde de afkomst van de ouders nog mee, maar toenmalig minister Maria van der Hoeven van OCW maakte daar een einde aan.

Zonder de factor etniciteit is de hoogte van het huishoudinkomen niet voldoende om leer- en ontwikkelachterstanden te kunnen (h)erkennen. Dekker blijft daarom (veiligheidshalve) bij de huidige indicator van opleidingsniveau van de ouders, zonder dat hij gebruikmaakt het (politiek gevoelige) element ‘etniciteit’.

Anders registreren?
Het opleidingsniveau van de ouders kan ook anders worden geregistreerd dan via de school. Mogelijk kunnen de systemen van de jeugdgezondheidszorg daarvoor worden gebruikt. Dit zal nader worden onderzocht. Tevens zal Dekker laten onderzoeken waar er verbetering mogelijk is ten aanzien van de soort gewichten en de verdeling ervan. In de loop van het jaar verwacht hij met de uitkomsten van deze twee onderzoeken te komen.

Daarop vooruitlopend wil de staatssecretaris nu al het systeem verbeteren om het aantal fouten te verminderen. Hij zal de uitvoering vereenvoudigen en de ondersteuning van de basisscholen op dit vlak uitbreiden. Daarnaast zullen de controle en handhaving worden aangescherpt om basisscholen te dwingen tot een zorgvuldige administratie.

Horizontale verantwoording
De Onderwijsraad adviseerde vorig jaar ook dat de basisscholen zich moeten verantwoorden voor hun achterstandenbeleid. Dekker is het daarmee eens. Hij benadrukt dat die verantwoording dient te gebeuren naar het schoolbestuur, de ouders en andere belanghebbenden. Dit kan bijvoorbeeld via Vensters PO.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwijsraad wil etniciteit weer in gewichtenregeling

De Onderwijsraad vindt dat achterstandsgeld voor basisscholen weer moet worden toegekend op basis van het opleidingsniveau van de ouders in combinatie met hun etniciteit. Daarmee adviseert de raad om de gewichtenregeling die toenmalig minister Maria van der Hoeven van OCW in 2006 invoerde, terug te draaien.

Sinds 1985 ontvangen scholen extra geld als zij veel achterstandsleerlingen hebben. Tot 2006 werd dit zogenoemde gewichtengeld toegekend op basis van het opleidingsniveau en de afkomst van de ouders van leerlingen. Omdat relatief weinig achterstandsgeld naar (plattelands)scholen met veel autochtone achterstandsleerlingen ging, schrapte toenmalig minister Van der Hoeven het criterium ‘etniciteit’. Sinds 2006 krijgen scholen het geld alleen op grond van het opleidingsniveau van de ouders.

Uit onderzoek door bureau ITS van de Radboud Universiteit in Nijmegen (2011) blijkt dat de nieuwe gewichtenregeling van Van der Hoeven er nauwelijks toe leidt dat meer achterstandsgeld naar plattelandsscholen gaat. Slechts 1 procent van deze scholen krijgt substantieel meer geld voor hun achterstandsleerlingen. Dat komt onder meer doordat het gemiddelde opleidingsniveau van ouders op het platteland is gestegen.

Hetzelfde onderzoek wijst ook uit dat bijna 10 procent van de basisscholen sinds de beleidsaanpassing beduidend minder geld krijgt. Dit zijn vooral hindoeïstische en islamitische scholen in de grote steden. De leerlingen van deze scholen zijn vrijwel allemaal van allochtone afkomst. Tot 2006 kregen zij daarom het maximale bedrag uit de pot voor onderwijsachterstanden. Omdat een deel van de ouders van deze leerlingen niet laagopgeleid is, krijgen deze scholen sinds invoering van de nieuwe regeling minder geld.

Vooruitgang boeken
De Onderwijsraad adviseert nu om het criterium ‘etniciteit’ weer in de gewichtenregeling op te nemen. ‘Beide indicatoren blijken nog altijd het meest bepalend voor leerachterstanden’, zo meldt de raad in het advies Vooruitgang boeken met achterstandsmiddelen. Daarin staat ook dat in de indicator ‘opleidingsniveau van ouders’ de bovengrens voor extra financiering moet worden opgetrokken tot het niveau van de startkwalificatie.

Voorts adviseert de raad de drempel in de gewichtenregeling zodanig te verlagen, dat scholen met veel autochtone doelgroepleerlingen meer van de beschikbare achterstandsmiddelen kunnen profiteren. Op die manier zou kunnen worden voorkomen dat plattelandsscholen met weinig of geen allochtone leerlingen erop achteruitgaan.

De Onderwijsraad beveelt het kabinet tevens aan om scholen zelf te laten bepalen hoe ze hun achterstandsgeld besteden, maar ze moeten dat wel kunnen verantwoorden: ‘Voor de kwaliteitsverbetering van het onderwijsachterstandenbeleid is het essentieel dat scholen zichtbaar maken wat ze met de toegekende middelen hebben gedaan (en waarom) en daarover in gesprek gaan met interne en externe belanghebbenden’.

Ten slotte adviseert de Onderwijsraad om meer onderzoek te doen naar de effectiviteit van verschillende maatregelen om goed onderwijs te bieden aan doelgroepleerlingen.

Administratie gewichtenregeling buiten school om

Basisscholen worden verlost van de administratieve rompslomp die de gewichtenregeling met zich meebrengt. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW kondigt aan dat er een verdeelmodel komt dat gebruikmaakt van databestanden die al buiten de school aanwezig zijn.

Aanleiding voor het nog te ontwikkelen verdeelmodel is dat scholen de regeling voor de toekenning van achterstandsmiddelen erg ingewikkeld vinden. Ze maken daardoor veel administratieve fouten, waardoor het gewichtengeld niet juist over de scholen wordt verdeeld en het dus niet altijd terechtkomt bij de leerlingen die het nodig hebben.

Omdat het alternatieve verdeelmodel er nog niet is – na de zomervakantie volgt meer informatie – zet de staatssecretaris eerst in op een verbetering van de gewichtenadministratie op de scholen. Ze kunnen bijvoorbeeld hulp krijgen bij het juist beoordelen van het opleidingsniveau van de ouders. Ook geeft Dekker de Inspectie van het Onderwijs opdracht om intensiever toe te zien op naleving van de regels en komt er een strenger sanctiebeleid, dat op 1 augustus 2013 in werking treedt.

Op de website van de rijksoverheid staat meer informatie.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl