Gemiddelde groepsgrootte nauwelijks gestegen

De gemiddelde groepsomvang in het basis- en voortgezet onderwijs is nauwelijks gestegen ten opzichte van het afgelopen schooljaar. In het speciaal onderwijs nam de gemiddelde groepsgrootte af. Dat blijkt uit onderzoek van de Algemene Onderwijsbond (AOb).

De gemiddelde groepsomvang in het basisonderwijs is dit schooljaar 25,7 leerlingen, terwijl dat vorig jaar 25,6 leerlingen was. In het voortgezet onderwijs telt de gemiddelde klas nu 26,3 leerlingen, terwijl het er vorig jaar gemiddeld 26 waren. In het speciaal onderwijs is een daling te zien van gemiddeld 12,9 naar 12,7 leerlingen.

Uit het AOb-onderzoek blijkt dat leraren in het basisonderwijs het liefst klassen van 22 à 23 leerlingen hebben. Dat is dus wat minder dan het huidige gemiddelde. Zogenoemde oversized klassen met meer dan 30 leerlingen komen met 19 procent het vaakst voor in basisscholen met meer dan 500 leerlingen.