Visie van Rutte op onderwijs buitengewoon beperkt

Premier Mark Rutte heeft in zijn H.J. Schoo-lezing, waarin hij zijn visie voor een beter Nederland verwoordde, welgeteld drie keer het woord onderwijs laten vallen.

Er werd uitgekeken naar de lezing die Rutte maandagavond in De Rode Hoed in Amsterdam hield. Hem werd in de media verweten de laatste maanden een onzichtbare premier te zijn geweest, die geen visie zou hebben maar alleen maar als een boekhouder het land zou besturen.

In zijn lezing, die genoemd is naar de in 2007 overleden journalist Hendrik Jan Schoo die onder andere hoofdredacteur was van weekblad Elsevier, gaf Rutte zijn visie op de stand van het land en de ontwikkelingen die volgens hem nodig zijn. Op het gebied van het onderwijs, het vakgebied dat hij als staatssecretaris van OCW in het eerste en tweede kabinet-Balkenende goed leerde kennen, bracht hij nauwelijks visie naar voren.

Het enige wat hij zei, is dat het onderwijs, net als andere sectoren, ervan overtuigd is dat er zaken anders moeten worden aangepakt. ‘We moeten veranderen om nieuwe zekerheden te creëren. En dat is gelukkig niet alleen mijn overtuiging of die van het kabinet, maar ook van al die mensen in de zorg, het onderwijs, de wereld van energie en milieu en natuurlijk de sociale partners met wie we afspraken hebben gemaakt over de grote beleidsthema’s’, aldus de premier.

Hij noemde het onderwijs verder in een frase over de oplopende kosten van de gezondheidszorg. ‘De zorg is het koekoeksjong geworden in het nest van de collectieve uitgaven, dat andere nuttige investeringen in wegen, onderwijs en technologische vernieuwing over de rand dreigt te duwen. Dus een intrinsieke noodzaak om stevig te hervormen. En iedereen die beweert dat er in de zorg sprake is van keiharde afbraak, weet blijkbaar niet dat de kosten gewoon doorstijgen, alleen wat minder snel.’

De derde keer dat Rutte het onderwijs noemde, was in algemene termen waar niemand het mee oneens kan zijn: ‘Het Nederland dat ik voor me zie, is de crisis met elan en aanpassingsvermogen goed te boven is gekomen. Zonder iemand achter te laten. Het is een veilig land waar een compacte en krachtige overheid zorgt voor goed onderwijs, de beste gezondheidszorg, een uitstekende infrastructuur en een solide stelsel van sociale voorzieningen voor iedereen die daarop is aangewezen. Het is een land waarin ambitie, vakmanschap en ondernemerschap volop ruimte krijgen en waarin een keer opnieuw beginnen geen teken is van zwakte, maar van kracht.’

Het mag op zijn minst opmerkelijk worden genoemd dat de premier in zijn langverwachte lezing over zijn visie op de toekomst van Nederland het onderwijs, dat essentieel is voor een in alle opzichten gezonde ontwikkeling van het land, nauwelijks heeft genoemd.