Onderwijs goed bekend met meldcode kindermishandeling

Mensen die in het onderwijs werken, zijn over het algemeen goed bekend met de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat staat in een brief van staatssecretaris Martin van Rijn van Welzijn en Sport.

In  2015 heeft Van Rijn in kaart laten brengen hoe het staat met de bekendheid van de meldcode in onder andere het onderwijs, de jeugdzorg en de kinderopvang. Daaruit kwam naar voren dat de meldcode over het algemeen goed tot zeer goed bekend is, maar dat het voeren van een gesprek met het kind en/of de ouders als lastig wordt ervaren.

‘De ondervraagde professionals hebben aangegeven dat ze behoefte hebben aan gesprekstechnieken, waarbij ook aandacht wordt besteed aan het voeren van gesprekken met jonge kinderen en kinderen of volwassenen met beperkte verstandelijke vermogens’, aldus Van Rijn in zijn brief die mede namens staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Huiselijk geweld: verplichte code, maar geen meldplicht

De verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling helpt onder anderen mensen in het onderwijs goed te reageren bij signalen van geweld in huiselijke kring. Sinds 1 juli jongstleden is het wettelijk verplicht om in dat geval de meldcode te gebruiken, maar dat betekent niet dat er ook een meldplicht is.

De code bestaat uit een vijfstappenplan waarin staat beschreven wat bijvoorbeeld een leerkracht of begeleider moet doen wanneer die vermoedt dat een kind met huiselijk geweld of mishandeling te maken heeft. Aan de hand van het vijfstappenplan kan worden beslist of er officieel melding van wordt gemaakt.

Een verplichte meldcode is iets anders dan een meldplicht. Bij een meldplicht moet de professional het vermoeden van geweld melden bij andere instanties. Die verplichting bestaat niet bij een meldcode. De beslissing om vermoedens van huiselijk geweld wel of niet te melden, neemt de professional zelf. Het stappenplan biedt daarbij houvast.

Uitgebreide informatie (inclusief het vijfstappenplan) staat op de website van de rijksoverheid.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl