Nieuwe modelverordening voor leerlingenvervoer

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een nieuwe modelverordening voor leerlingenvervoer gepubliceerd.

De nieuwe modelverordening houdt rekening met de Wet passend onderwijs die op 1 augustus 2014 van kracht wordt. Bovendien zijn op een aantal punten vereenvoudigingen aangebracht.

In de begeleidende brief van de VNG staan de wijzigingen per paragraaf aangegeven. Het betreft onder andere de volgende aanpassingen:

  • De verordening van de gemeente dient rekening te houden met de inzet die redelijkerwijs van ouders mag worden verwacht.
  • In het model staat niet meer een mogelijke tijdsduur genoemd van de toegekende vervoersvoorziening. Gemeenten blijven wel de mogelijkheid behouden om dit in hun verordening op te nemen.
  • Het leerlingenvervoer is een uitdrukkelijk onderwerp van het op overeenstemming gericht overleg tussen het samenwerkingsverband en de gemeenten.
  • Een aantal begrippen/termen komt niet meer in de verordening voor of krijgt een andere functie/definitie.

Bij de modelverordening zit ook een schema met voorwaarden voor de toekenning van leerlingenvervoer.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wijziging modelverordening huisvesting geeft ruimte

De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) adviseert gemeenten om de wijzigingsverordening na het ‘op overeenstemming gerichte overleg’ (OOGO) met de schoolbesturen, vast te stellen voor 1 januari 2009. Hierdoor kunnen de aanvragen voor het programma 2010 worden beoordeeld op basis van het aangepaste model. De aanpassingen in de huisvestingsverordening zijn te downloaden via www.vng.nl.

 De uitgangspunten die geleid hebben tot de aanpassingen zijn:

1. Betere aansluiting bij de toenemende diversiteit in het onderwijs
Steeds meer scholen verlaten de klassikale vorm van onderwijsgeven. Het klaslokaal was echter nog steeds uitgangspunt in de verordening. Daarom is in de aangepaste model verordening huisvesting onderwijs het ruimtebehoeftemodel gemoderniseerd. Hierdoor is de ruimtebehoefte niet meer gekoppeld aan (speel)lokalen, maar is het aantal leerlingen direct gekoppeld aan het benodigd aantal vierkante meters (m2).Hierbij geldt de volgende formule: (200 + aantal leerlingen x 5,03) + (Schoolgewicht x 1,4). Het schoolgewicht wordt nu ook meegenomen in de berekening van de permanente ruimtebehoefte in plaats van alleen in de tijdelijke huisvesting.Schoolbesturen hebben door deze aanpassing in het ruimtebehoeftemodel meer vrijheid om aan de ruimte-invulling vorm te geven.  Om de ruimtebehoefte in m2 te kunnen bepalen, zal eerst ook de huidig beschikbare capaciteit van een gebouw bepaald moeten worden. Scholen met een ongunstige indeling van het gebouw (veelal bij oudere en/of monumentale scholen), kunnen hierbij de gemeente verzoeken om dit effect (éénmalig) te corrigeren.Deze wijziging heeft ook effect voor het niveau van inrichting van onderwijsleerpakketten en meubilair. Ook hierover moeten gemeente en schoolbestuur voorafgaand aan de wijziging van de huisvestingsverordening gezamenlijk vaststellen of de school voldoende ingericht is en zo ja, voor hoeveel eenheden OLP en meubilair.

 2. Wijziging bouwbesluit
In 2005 is het bouwbesluit 2003 gewijzigd. Hierbij is ook een aantal normen dat betrekking had op schoolgebouwen aangepast. Door dit besluit zijn gedetailleerde normeringen ingeruild voor basiseisen, die voor alle onderwijsinstellingen gelijk zijn (voorbeeld het realiseren van een speellokaal is niet meer wettelijk verplicht).  Naast helderheid voor het onderwijs, bied dit nieuwe besluit ook veel meer flexibiliteit.

 3. Vereenvoudiging regelgeving en vermindering regels/administratieve lasten

Veel gemeenten en onderwijsinstellingen ervaren dat regelgeving in de huisvestingsverordening een belemmering is voor lokaal beleid en dat dit tot teveel administratieve procedures leidt. Ook op dit punt is de verordening aangepast.