Cao-akkoord: minder werkdruk en 1,2% meer loon

In het onderhandelaarsakkoord voor een nieuwe cao voor het voortgezet onderwijs staat onder andere dat de nullijn verdwijnt.

De lonen in het voortgezet onderwijs worden structureel verhoogd met 1,2 procent vanaf augustus 2014. Als het kabinet meer dan 1,2 procent loonruimte biedt, dan zal dit volledig worden ingezet voor een verdere loonsverhoging. Het entreerecht, het bevorderen van leraren naar hogere salarisschalen, blijft voorlopig bestaan. De regeling vervalt weliswaar eind juli 2015, maar niet voor leraren die net zijn begonnen aan een opleiding.

In het akkoord staat verder dat elke docent één uur minder les kan geven. Dit maakt een lestaak van 23 uur per week mogelijk. Hiermee zou de werkdruk die veel leraren als hoog ervaren omlaag moeten.

Seniorenregeling
Een deel van het geld voor werkdrukverlaging komt vrij doordat de huidige BAPO wordt vervangen door een regeling waarin verschillende mogelijkheden voor alle medewerkers zijn opgenomen. Op basis van die regeling kunnen werknemers keuzes maken die bij hun levensfase en persoonlijke situatie passen.

In de nieuwe situatie krijgt iedere werknemer jaarlijks de beschikking over 50 klokuren die aangewend kunnen worden voor verlof, werkdrukvermindering of bepaalde doelbestedingen in geld. Voor werknemers die op 1 augustus 2014 de leeftijd van 52 jaar of ouder hebben bereikt (de BAPO-leeftijd), is een overgangsregeling opgenomen.

Starters
Voor jonge leraren is afgesproken, dat die bij hun eerste aanstelling voor minimaal 0,5 fte in dienst komen. Dat moet tegengaan dat starters veel kleine contractjes bij verschillende scholen hebben. De praktijk wijst namelijk uit dat dit tot onnodig hoge werkdruk kan leiden.

Er zijn ook afspraken gemaakt over de (verdere) professionalisering van docenten. Alle leraren krijgen een basisrecht op 83 uur en 600 euro voor nascholing. Ondersteuners krijgen 40 uur en 500 euro. Afgesproken is dat scholen 10 procent van het personeelsbudget gaan besteden aan professionalisering.

De vijf dagen minder zomervakantie als gevolg van de Wet onderwijstijd worden gecompenseerd met vijf dagen extra verlof met volledige bezoldiging.

Professioneel statuut
De sociale partners achten aandacht voor zeggenschap en medezeggenschap van groot belang voor goede verhoudingen binnen de schoolorganisatie. Daarom is afgesproken dat er een professioneel statuut komt dat aansluit bij de praktijk van het voortgezet onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwijsakkoord over moreel kompas bestuurders

Schoolbestuurders moeten altijd voor ogen houden dat hun werk gericht is op zo goed mogelijk onderwijs. Daarvoor is het nodig dat er voldoende tegenspraak is, onder anderen van leraren. Dit en andere zaken staan in het Nationaal Onderwijsakkoord (NOA), dat donderdagochtend in het openbare Lyceum Ypenburg in Den Haag is gepresenteerd.

In het NOA staat dat iedereen die in het onderwijs werkt ‘zich bewust is van de grote maatschappelijke betekenis die het onderwijs heeft’. Dit vergt volgens de opstellers van het akkoord een ‘moreel kompas’, dat altijd moet zijn gericht op het realiseren van zo goed mogelijk onderwijs.

Tegenspraak
Vooral bestuurders moeten hier hun verantwoordelijkheid nemen, zo staat in het NOA, ‘door te zorgen voor een stevige participatie van de onderwijsgevenden zelf en door te zorgen voor het organiseren van voldoende tegenspraak’. Dat is nodig ‘om de kwaliteit van beleid, besluiten en beslissingen te vergroten’. Niet alleen leraren, ook ouders, leerlingen en andere stakeholders moeten hierbij worden betrokken. Daartoe moeten de medezeggenschapsorganen beter in positie worden gebracht.

Zonder dat dit expliciet in het NOA wordt vermeld, hebben bovenstaande doelstellingen natuurlijk te maken met de affaire rond het falende bestuur van de gevallen onderwijskolos Amarantis en de chaos bij het openbaar onderwijs in Rotterdam. Het schortte in beide gevallen ernstig aan medezeggenschap. De bestuurders regeerden in feite alleen, zonder dat zij zich iets aantrokken van wat er in de organisatie leefde.

Governance en toezicht
Het is volgens de opstellers van het akkoord nodig om de governancecodes in de onderwijssectoren goed tegen het licht te houden. Het zwaartepunt van het toezicht dient te liggen bij betere checks and balances. Bij de versterking van de bestuurskracht wordt uitgegaan van de brief hierover die minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker van OCW in april naar de Tweede Kamer hebben gestuurd.

Andere belangrijke punten uit het NOA:

  • Bij goed onderwijs gaat het niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om culturele ontplooiing, diversiteit, verdraagzaamheid, morele volwassenwording, zingeving en identiteitsvorming. Om dit waar te maken, zijn verbinding en samenwerking cruciaal.
  • Het primair en voortgezet onderwijs krijgen elk een professioneel statuut, waarmee zeggenschap van teams wettelijk wordt verankerd. Als voorbeeld hiervoor kan het al bestaande professioneel statuut van het middelbaar beroepsonderwijs dienen.
  • De werkdruk die door veel leraren wordt ervaren, moet omlaag. Een van de maatregelen is dat de minimale onderwijstijd in het voortgezet onderwijs eenduidig op 1000 uur komt te liggen, met uitzondering van het examenjaar. De schotten tussen de leerjaren verdwijnen, zodat vo-scholen flexibel met de urennorm kunnen omgaan.
  • De kwaliteit van de leraren moet omhoog. Er komt geld om leraren continu te laten werken aan hun verdere professionalisering. In 2017 moeten in het voortgezet onderwijs alle leraren bevoegd zijn voor het vak dat zij geven. Alleen als het niet anders kan, bijvoorbeeld bij lesuitval, kunnen scholen on- of onderbevoegde leraren voor de klas zetten.
  • De nullijn verdwijnt mogelijk al in 2014. Daar komt 34 miljoen euro voor beschikbaar, mits de afspraken van het NOA voor 1 juni 2014 zijn opgenomen in de respectievelijke cao’s. In 2015 zal het kabinet de loonbijstelling voor het onderwijs weer conform het referentiemodel volledig uitkeren. Dan wordt de nullijn dus in elk geval beëindigd.
  • Er komt geld beschikbaar om vooral jonge leraren aan het werk te houden. In 2014 kan daar 150 miljoen euro aan worden besteed.
  • De regeldruk in het onderwijs moet omlaag. Het gaat hier administratieve lasten die voortkomen uit onder andere wet- en regelgeving, cao’s en het toezicht door de Inspectie van het Onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Onderwijsakkoord: in 2014 tóch einde nullijn

De nullijn voor onderwijspersoneel wordt toch al in 2014 beëindigd. Dat is afgesproken in het Nationaal Onderwijsakkoord, dat donderdag wordt gepubliceerd. In de onderwijsbegroting die op Prinsjesdag bekend werd, staat nog dat de nullijn pas in 2015 wordt beëindigd.

CNV Onderwijs meldt op basis van het Nationaal Onderwijsakkoord dat personeel in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs er in 2014 salaris bij krijgt. Vanaf 2015 zou het hele onderwijs van de nullijn af zijn.

In de onderwijsbegroting voor 2014 en de jaren daarna staat echter dat de nullijn in 2014 gehandhaafd blijft, maar dat er mogelijkheden zijn om die te beëindigen. Er kan loonruimte worden vrijgespeeld door bijvoorbeeld het versoberen van secundaire arbeidsvoorwaarden. Het jaar daarna wordt de nullijn beëindigd, zo staat in de begroting: ‘Het kabinet (zal) in 2015 de loonbijstelling wel uitkeren, in lijn met de normale referentiesystematiek.’

Einde Bapo
In het Nationaal Onderwijsakkoord staat volgens CNV Onderwijs ook dat er een nieuwe seniorenregeling komt in combinatie met een overgangsregeling voor de huidige Bapo-regeling. Daarover moeten in de komende cao-onderhandelingen afspraken worden gemaakt. Pas wanneer die afspraken er zijn, verdwijnt de huidige Bapo-regeling.

Een andere belangrijke afspraak is dat in het voortgezet onderwijs de minimale onderwijstijd in de onderbouw van 1040 uur wordt vervangen door een eenduidige onderwijstijdnorm van 1000 uur, met uitzondering van het examenjaar. De gedachte is hierachter is dat het afschaffen van de schotten per schooljaar tot meer flexibiliteit en minder werkdruk leidt.

689 miljoen
Andere afspraken uit het Nationaal Onderwijsakkoord waren al min of meer bekend. Zo moeten er 3000 extra banen voor jonge leraren komen. Ook komt er meer tijd en geld voor scholing van personeel. Nu het akkoord er is, zegt het kabinet 689 miljoen euro in het onderwijs te investeren. Dit klinkt mooier dan het is: het geld is voor een groot deel een verschuiving van onderwijsbudgetten.

Het Nationaal Onderwijsakkoord wordt donderdag 19 september gepresenteerd. VOS/ABB zal de volledige tekst dan zo snel mogelijk online zetten.

Gesprekken over Nationaal Onderwijsakkoord gestopt

De onderhandelende partijen in de Stichting van het Onderwijs praten niet meer met het kabinet over het afsluiten van een Nationaal Onderwijsakkoord.

De partijen, waaronder de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad, zeggen het te betreuren het dat het kabinet geen perspectief kan bieden op de loonontwikkeling van onderwijspersoneel.

Het gaat hier om de nullijn, die voor de zorgsector van tafel is, maar voor het onderwijs gehandhaafd blijft. Dit werd bekend toen minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën zijn brief over de 6 miljard euro aan extra bezuinigingen naar buiten bracht.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) was al van de onderhandelingstafel weggelopen. Nu hebben alle onderhandelende partijen in de Stichting van het Onderwijs dat dus gedaan.

Als het kabinet in augustus met betere voorstellen komt, staat de Stichting van het Onderwijs open voor het hervatten van de onderhandelingen.

Sociaal akkoord niets waard: nullijn onderwijs

In het sociaal akkoord stond nog dat de nullijn voor onder andere het onderwijs een onverstandige maatregel zou zijn, maar die gaat nu toch door. Dat blijkt uit een brief van minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën aan de Tweede Kamer.

Het sociaal akkoord dat in april werd bereikt, spreekt nog van herstel van vertrouwen in de economie. Daarbij hoorde nadrukkelijk het schrappen van de nullijn in de publieke sector, inclusief het onderwijs.

Maar nu het kabinet in 2014 door de haperende economie 6 miljard extra moet bezuinigen, blijven de salarissen – met uitzondering van die in de zorgsector – bevroren.

De handhaving van de nullijn was voor de Algemene Onderwijsbond (AOb) reden om de gesprekken over een nationaal Onderwijsakkoord af te breken. Minister Jet Bussemaker meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat zij dit betreurt en dat ze blijft streven naar ‘een zo breed mogelijk draagvlak’.