Jeroen Dijsselbloem wil vier profielen behouden

Als er nog maar twee in plaats van vier profielen zijn, zal dat er volgens Dijsselbloem toe leiden dat die twee overgebleven profielen algemener worden en minder diepgang krijgen. Dat is volgens hem niet goed voor de voorbereiding op een vervolgopleiding.

Dijsselbloem vindt ook dat de minister in haar plannen te weinig aandacht heeft de kwaliteit van de leraren. Daartbij wees hij op de hogere beloning en het carrièreperspectief die nodig zijn om bijvoorbeeld meer academici voor de klas te krijgen.

Het PvdA-Kamerlid zegt verder dat Van Bijsterveldt te veel waarde hecht aan eindtoetsen. Hij pleit ervoor om beter gebruik te maken van bestaande leerlingvolgsystemen. ‘Op basis daarvan kun je veel beter zeggen wat het kind in zijn mars heeft, wat zijn talent is’, aldus Dijsselbloem.

Jeroen Dijsselbloem was voorzitter van de Tijdelijke Commissie Parlementair Onderzoek Onderwijsvernieuwingen. Deze parlementaire commissie deed onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen in het voortgezet onderwijs in de jaren 90.

Van Bijsterveldt wil onderwijs grondig hervormen

‘Nederland presteert nog goed, maar onze relatieve positie verslechtert en daarmee zijn we verder van de top 5 van de wereld afgeraakt. Investeringen in het taalonderwijs werpen hun vruchten af. Dat is goed nieuws, maar meer focus in ons onderwijs is essentieel om onze internationale concurrentiekracht te versterken’, zo laat Van Bijsterveldt op de website van haar ministerie weten. Zij baseert zich voor haar uitspraken op de resultaten van het internationale kwaliteitsonderzoek PISA 2009.

Actieplan Beter Presteren
Met het actieplan Beter Presteren wil Van Bijsterveldt in het voortgezet onderwijs de nadruk leggen op vakken die volgens haar bepalend zijn voor het succes in het vervolgonderwijs en op de arbeidsmarkt. Dat betekent dat er meer leertijd komt voor Nederlands, Engels en wiskunde. De prestaties van deze vakken zullen aan het eind van de onderbouw worden getoetst. Aan het einde van de bovenbouw volgt nog een rekentoets.

De minister stelt een aantal maatregelen voor om de onderwijskwaliteit te verhogen. Zo zou het aantal examenprofielen in havo en vwo terug moeten van vier naar twee. ‘Dat maakt het voor scholen ook beter organiseerbaar, zeker in gebieden waar ze te maken hebben met teruglopende leerlingenaantallen.’

In het basisonderwijs wil zij voor alle scholen een verplichte eindtoets invoeren, vergelijkbaar met de huidige Cito-toets. De eindtoets zou wat haar betreft moeten verschuiven van februari naar het einde van het schooljaar, omdat volgens haar veel basisscholen in de laatste maanden van groep 8 nog maar weinig lesgeven, wat negatieve invloed zou hebben op de onderwijskwaliteit.

Concurrentiepositie
Het hogere ambitieniveau is volgens Van Bijsterveldt nodig om de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse economie te verstevigen. Als er niets verandert, zo vreest zij, dan zal Nederland het verliezen van landen in het Verre Oosten en Amerika. Dat zal volgens de minister uiteindelijk ten koste gaan van de welvaart in Nederland.

De minister heeft de Onderwijsraad gevraagd de haalbaarheid van het Actieplan Beter Presteren te onderzoeken. Klik hier voor de adviesaanvraag.

Klik hier voor een bericht op de website van het ministerie van OCW.

Wat vindt u van de plannen van de minister? Hieronder kunt u uw reactie geven.

Havo- en vwo-leerlingen willen meer praktijk

Hiteq-woordvoerder Meta Benschop benadrukt dat het onderwijs moet aansluiten bij de manier waarop huidige leerlingen leren. ‘Havo- en vwo-leerlingen blijken bijvoorbeeld meer een doe-generatie dan een leer-generatie’, aldus Benschop. Het blijkt dat deze leerlingen lange lappen leerstof niet wegkrijgen, maar dat ze wel goed in staat zijn om gebruik te maken van bronnen, onder meer via internet.

Leerlingen zelf geven aan dat ze behoefte hebben aan een afwisseling van lesstof, met meer aandacht voor de praktijk. Ook blijkt dat ze liever dingen uitproberen dan dat ze instructies lezen en theoretische lessen volgen. Een duidelijke instructie van de docent vinden ze echter wel waardevol.

Klik hier voor meer informatie.

‘Ouders vrezen vmbo en willen dus per se havo/vwo’

In het schooljaar 2002/2003 zaten van elke tien vo-leerlingen er ruim zes op het vmbo. In 2009 was dat met 53 procent iets meer dan de helft.

De NOS meldt na een rondgang langs schooldirecteuren dat het slechte imago van het vmbo mogelijk een verklaring is. Dat slechte imago zou veel ouders van basisschoolleerlingen afschrikken, waardoor ze proberen hun kind in een brugklas havo-vwo te krijgen.

De cijfers van DUO staan in de rechterkolom van dit bericht.

Klik hier voor berichtgeving door de NOS, met een audio- en een videofragment.

Bijlagen

Ondersteuning op gebied van actief burgerschap

SLO krijgt subsidie van het ministerie van OCW voor veldaanvragen. Die zijn bedoeld om onderwijsorganisaties te ondersteunen. Een van de beleidsterreinen is actief burgerschap. Dit thema acht VOS/ABB in het kader van de maatschappelijke opdracht van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs van groot belang.

Klik hier voor meer informatie over de implementatie van burgerschap en maatschappelijke thema’s in de school;

Klik hier voor meer informatie over actief burgerschap en debatteren in de onderbouw van het voortgezet onderwijs en het vmbo.

Inschrijven voor deze veldaanvragen kan tot 15 september.

Aanbod VOS/ABB
VOS/ABB kan openbare en algemeen toegankelijke scholen ook ondersteuning bieden bij de concretisering van actief burgerschap. Beleidsmedewerker Lizzy Wijnen is hiervoor het aanspreekpunt.

Klik hier voor meer informatie.

Moslimleerlingen: moeite met les over holocaust

Het weekblad liet een enquête uitvoeren op 500 scholen voor voortgezet onderwijs. De resultaten van deze enquête zijn gebaseerd op de antwoorden die 339 geschiedenisdocenten instuurden. De grootste weerstand tegen lessen waarin de holocaust aan bod komt, wordt ervaren onder vmbo-leerlingen met een islamitische achtergrond.

Uit de enquête komt ook naar voren dat leerlingen in het voortgezet onderwijs de Tweede Wereldoorlog over het algemeen een interessant onderwerp vinden. Onder autochtone leerlingen is de interesse groter dan onder allochtone scholieren.

Klik hier voor een uitgebreider bericht op de website van Elsevier.