Besturenraad belicht samenwerkingsscholen

In het ledenblad SBM van de Besturenraad staat een artikel over samenwerkingsscholen. Het gaat over de verschillende manieren waarop gestalte kan worden gegeven aan de samenwerking tussen openbaar en christelijk onderwijs.

In het artikel komen vier modellen aan bod, die zijn opgesteld door de ledencommissie Onderwijs en Zingeving van de Besturenraad.

  1. Het onderwijs wordt integraal aan alle leerlingen aangeboden. Het levensbeschouwelijk onderwijs heeft het karakter van algemeen menselijke vorming. De school is gericht op humaniteit (met religie als mogelijk onderdeel daarvan) en op respect voor verscheidenheid. De leerling is uniek. De leraren staan open voor levensbeschouwelijke diversiteit.
  2. De samenwerkingsschool is feitelijk een openbare school. Er is ruimte (facultatief) voor levensbeschouwelijke vorming vanuit de eigen identiteit. Leraren zijn terughoudend in het uiten van hun persoonlijke overtuiging.
  3. Als ontmoetingsschool profileert de school verschillen en laat de leerlingen kennismaken met een veelheid van levensbeschouwingen. De levensbeschouwelijke vorming kan gedeeltelijk in heterogene groepen gebeuren. Leraren met verschillende levensbeschouwelijke profielen kunnen uiting geven aan hun levensovertuiging.
  4. De christelijke school neemt ‘het openbare’ in zich op. Er is dan sprake van een open christelijke school, waarbij het christelijk karakter zo zal worden vormgeven dat iedereen zich erkend weet.

Bij het artikel worden drie voorbeelden van samenwerkingsscholen genoemd: basisschool Mandegoud in Kloosterburen (Groningen, valt onder het bij VOS/ABB aangesloten bestuur Lauwers & Eems), praktijkschool De Diken in Sneek (werkt samen met de Praktijkschool Sneek van Odyssee Openbaar Onderwijs Sneek) en basisschool De Lonneboot in Nieuw- en Sint Joosland (Zeeland, valt onder het VOS/ABB-lid Archipel Scholen).

Verdeling leerlingen over denominaties stabiel

De afgelopen jaren is de verhouding van het aantal leerlingen over de vier denominaties (openbaar, rooms-katholiek, protestants-christelijk en overig bijzonder) nauwelijks veranderd. Dat blijkt uit de kerncijfers over de jaren 2008 tot en met 2012 die het ministerie van OCW heeft gepubliceerd.

Van alle scholen voor primair onderwijs in Nederland is 33 procent openbaar. Dat percentage is al sinds 2008 hetzelfde. Daarmee blijft het openbaar primair onderwijs de grootste denominatie. Het katholiek en protestants-christelijk onderwijs hebben beide een aandeel van 30 procent.

Als wordt gekeken naar het aandeel van het totale aantal basisschoolleerlingen, dan zit 31 procent op een openbare school. In 2008 was dat 30 procent. Sinds 2009 ligt dit percentage op 31.

Het katholiek basisonderwijs heeft met 34 procent de meeste leerlingen, gevolgd door het openbaar primair onderwijs met dus 31 procent en het protestants-christelijk primair onderwijs met 28 procent.

Uit het bovenstaande kan worden afgeleid dat de gemiddelde openbare school voor primair onderwijs minder leerlingen heeft dan de gemiddelde rk- of pc-school.

Het ministerie van OCW gaat in de publicatie over de kerncijfers bij het voortgezet onderwijs niet in op de statistische verhoudingen over de verschillende denominaties.

Jaarverslag verschenen met extra’s

Sharon Dijksma heeft voor dit jaarverslag een column geschreven, getiteld ‘De kracht van diversiteit’. Zij schrijft daarin dat het openbaar onderwijs een ontmoetingsplaats is voor alle gezindten. "In die diversiteit schuilt de kracht van het openbaar onderwijs!"

Sjoerd Slagter en Kete Kervezee geven in interviews aan data zij graag willen samenwerken met de besturenorganisaties. De VO-raad en de PO-Raad zijn relatief jonge spelers in het onderwijsveld. Kervezee: "VOS/ABB kent de bestuurlijke verscheidenheid. We zijn blij dat VOS/ABB die ervaring met ons wil delen".  En Slagter: "Wij kunnen de pluriformiteit van het onderwijs alleen bewaken als de besturenorganisaties er goed in slagen de eigenheid van hun eigen soort onderwijs krachtig in te vullen en uit te dragen". 

Verder in dit jaarverslag een interview met Rob Limper, directeur van de Vereniging Openbaar Onderwijs, die toelicht op welke punten VOS/ABB en VOO de komende jaren gaan samenwerken. "Samen op de bres voor het openbaar onderwijs".

Namens de leden zelf komen twee algemeen directeuren aan het woord: Albert Helder van Onderwijsgroep Fier (Friesland) en John van der Vegt van de Almeerse Scholen Groep. Ook zij laten hun licht schijnen over de toekomst. Helder kijkt naar de bevolkingskrimp op het platteland. Van der Vegt voorziet een gouden eeuw voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

Het motto van  dit jaarverslag is dan ook: ‘Openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, midden in de samenleving’. Het boekwerk is deze week bij alle leden op de mat gevallen. U kunt het ook downloaden uit de rechterkolom hiernaast.

Bijlagen

Openbaar onderwijs: nu gelijke bevoegdheden

De reden van deze ongelijkheid is dat de rijksoverheid een goed gespreid aanbod aan openbaar onderwijs wil garanderen, maar in de praktijk pakt het soms averechts uit. Dat kan nooit de bedoeling zijn. Daarom is het hoog tijd dat het openbaar primair onderwijs nu ook op dit punt wordt gelijkgeschakeld met het bijzonder onderwijs, net zoals dat  in het voortgezet onderwijs gebeurt.

De afgelopen jaren hebben heel veel gemeenten het bestuur van de openbare (basis)scholen overgedragen aan zelfstandige stichtingen. Daarmee kreeg het openbaar onderwijs eenzelfde bestuursvorm als het bijzonder onderwijs, dat vaak katholieke of protestants-christelijke scholen omvat. Voor het openbaar onderwijs is dit een goede ontwikkeling en het is dan ook geen wonder dat de verzelfstandiging de afgelopen jaren een grote vlucht heeft genomen.

Echter, waar het gaat om stichten en opheffen van basisscholen is een ongelijkheid blijven bestaan. In tegenstelling tot het bijzondere schoolbestuur kan en mag een openbaar schoolbestuur geen nieuw te stichten openbare school op het plan van scholen plaatsen. Dat doet het college van B en W. Vaak gaat dat goed, dan is er goed overleg en kunnen er goede afspraken worden gemaakt. Soms echter moet er flink gelobbyd worden. Ook komt het voor dat de communicatie tussen het openbare schoolbestuur en de gemeenteraad niet optimaal is en een enkele keer staat het belang van het openbaar onderwijs niet hoog op de lokale politieke agenda. 

Zo zijn er gevallen bekend waarin nieuwbouwwijken alleen bijzondere basisscholen kregen. Daarmee is het beoogde effect van de regeling niet bereikt. Het gewenste aanbod van openbaar onderwijs is alleen te bereiken als het openbaar schoolbestuur dezelfde mogelijkheden en bevoegdheden krijgt als het bijzondere schoolbestuur. In het voortgezet onderwijs wordt het wel geregeld. Nu het primair onderwijs nog.

De staatssecretaris zou moeten inzien dat deze merkwaardige uitzondering op lokaal niveau een ongewenst effect kan hebben. Ingrijpen is het devies. In dit land streven we op elk vlak naar gelijke behandeling. Laat dat dan ook gelden voor het onderwijs!

VOS/ABB wil gelijkheid bij stichten scholen

Dat schrijft manager verenigingszaken Joop Vlaanderen vandaag in een brief aan Dijksma.

De afgelopen jaren heeft de verzelfstandiging van het bestuur van het openbaar onderwijs in hoog tempo doorgezet. Die verzelfstandiging geeft het openbaar onderwijs een nagenoeg gelijke positie als het bijzonder onderwijs. Behalve dan bij het stichten van nieuwe scholen. Mede op grond van een uitspraak van de Raad van State is het voor een verzelfstandigd openbaar schoolbestuur nog steeds niet mogelijk zelfstandig een verzoek in te dienen voor plaatsing op het plan van scholen. Door deze uitspraak wordt een zelfstandig openbaar onderwijsbestuur niet eens als belanghebbende gezien.

“Dat plaast het openbaar onderwijs niet alleen in een afhankelijke en ongelijke positie ten opzichte van de bijzondere scholen, maar het is ook in strijd met het beginsel dat openbaar en bijzonder onderwijs gelijk dient te worden behandeld”, schrijft VOS/ABB in de brief aan Dijksma. Joop Vlaanderen wijst er ook op dat in de Wet op het Voortgezet Onderwijs wel een zelfstandige verantwoordelijkheid is opgenomen voor verzelfstandigde schoolbesturen. Hij vraagt Dijksma dit punt in de wetgeving aan te passen.

De volledige brief staat in de rechterkolom naast dit artikel.

Informatie: Gertjan van Midden, 0348-405225, gvanmidden@vosabb.nl.

Bijlagen