Ouders richten hun opvoeding vooral op autonomie

Ouders willen hun kinderen waarden als eerlijkheid en vrijheid meegeven. Ook willen ze dat hun kinderen genieten van het leven. Dat blijkt uit een onderzoek dat de Universiteit voor Humanistiek heeft uitgevoerd in opdracht van het Humanistisch Verbond onder 1500 ouders die gebruikmaken van kinderopvang van Humankind.

De belangrijkste opvoedstijlen laten zich karakteriseren door ‘samen tijd doorbrengen’ en ‘samen problemen oplossen’. Polderen heeft duidelijk de voorkeur boven straffen.

De levensbeschouwelijke achtergrond van ouders heeft weinig invloed op hun opvoedstijl. Volgens de Universiteit voor Humanistiek is er sprake van ‘algemeen gedragen waarden’.

Wel is het zo dat niet-religieuze ouders meer waarde hechten aan autonomie van hun kinderen dan religieuze ouders. Die vinden conformisme, traditie en zekerheid belangrijker. Verder blijkt dat katholieke ouders relatief veel waarde hechten aan discipline. Zij houden hun kinderen ook meer in de gaten dan andere ouders.

Download het onderzoeksrapport

‘Religieuze opvoeding maakt kinderen minder hulpvaardig’

Kinderen die religieus worden opgevoed, zijn over het algemeen minder bereid om anderen te helpen. Ze blijken ook meer geneigd om andere mensen te straffen. Dat blijkt uit recent onderzoek van onder andere de University of Chicago.

Voor het onderzoek onder leiding van neurobioloog Jean Decety zijn de ouders bevraagd van in totaal 1170 kinderen in de leeftijd van 5 tot 12 jaar in zes landen: Canada, China, Jordanië, Turkije, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika. Er zijn gezinnen gekozen waarin een religieuze opvoeding centraal staat en gezinnen waarin dat niet het geval is.

Ouders die een religieuze opvoeding geven, zien dat hun kinderen meer empathie en rechtvaardigheidsgevoel hebben dan kinderen uit niet-religieuze gezinnen. Maar volgens de onderzoekers blijkt ook dat er een negatief verband is tussen religiositeit en altruïsme en dat er een positief verband is tussen een godsdienstige opvoeding en de neiging om anderen te straffen.

Het altruïsme – de wil om iets voor een ander te doen – bleek het minst bij kinderen uit islamitische gezinnen. Kinderen uit christelijke gezinnen zijn meer geneigd tot altruïsme. Altruïsme bleek het sterkst bij kinderen uit gezinnen waar religie niet een bepalende rol in de opvoeding heeft.

Lees meer…