ABP blijft beleggen in Israëlische banken

Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), dat de onderwijspensioenen beheert, blijft beleggen in drie van de vijf Israëlische banken waar pensioenverzekeraar PGGM zich onlangs uit heeft teruggetrokken. Dit blijkt uit de jongste lijst met bedrijven waarin het ABP niet belegt.

PGGM is het pensioenfonds van de sector zorg en welzijn. Dit fonds investeert niet meer in vijf Israëlische banken, omdat die de bouw van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever financieren, zo staat in een verklaring.

Het ABP meldt in de media ‘bekend te zijn met de problemen’, maar wil niet zo ver gaan als PGGM. Het ABP is wel in gesprek met drie van deze banken om te kijken of zij hun financieringsgedrag willen veranderen, maar wil de beleggingen niet staken.

Op de uitsluitingslijst van het ABP staat wel het Japanse energiebedrijf Tepco, de eigenaar van de ontplofte kerncentrale bij Fukushima. Volgens ABP leefde het bedrijf de milieurichtlijnen niet goed na in de periode na de kernramp in november 2011.

Verder staan op de lijst onder anderen bedrijven die clusterbommen maken en sinds 2012 ook de Amerikaanse supermarktketen WalMart vanwege slecht personeelsbeleid en de Chinese oliemaatschappij PetroChina vanwege omstreden activiteiten in Birma en Sudan.

Ook staan op de uitsluitingslijst van het ABP landen waarvoor een VN-wapenembargo geldt. Het pensioenfonds investeert niet meer in staatsobligaties van deze landen.