Minister Van Bijsterveldt ontneemt kinderen optimale ontwikkeling: integratie in onderwijs moet prioriteit behouden

Aanleiding voor de oproep is het besluit van de minister om in het onderwijs volop de nadruk te leggen rekenen en taal en geen prioriteit meer te geven aan initiatieven om segregatie tegen te gaan. Rekenen en taal zijn inderdaad cruciaal, maar goed onderwijs is veel méér dan alleen kennisoverdracht op cognitief gebied. ‘Om in de wereldwijde top te kunnen meedraaien, is de brede vorming van kinderen essentieel. Door op jonge leeftijd in aanraking te komen met kinderen of gezinnen van een andere cultuur, worden leerlingen voorbereid op een succesvol leven op internationaal niveau’, zo staat in de brief.

Nu de minister geen prioriteit meer geeft aan het tegengaan van segregatie, ontneemt zij kinderen de kans om zich als burger optimaal te ontwikkelen. Scholen met een gemengde leerlingenpopulatie, die een afspiegeling is van de samenstelling van de wijk waarin ze staan, bieden leerlingen een breed referentiekader en daarmee een optimale basis om later maatschappelijk goed te kunnen functioneren.

De minister moet daarom in woord en daad de overheidssteun voor initiatieven tot meer integratie in het onderwijs blijven benutten. Voorbeelden van dergelijke initiatieven zijn oudergroepen die zich sterk maken om leerlingen van autochtone en allochtone afkomst met elkaar naar school te laten gaan. Ook veel gemeenten zijn zich bewust van de onwenselijkheid van gesegregeerde scholen en spannen zich daarom in voor een goed spreidingsbeleid, maar door het besluit van de minister lijkt de aandacht hiervoor op lokaal niveau helaas te verslappen.

De oproep van VOS/ABB, de Stichting Kleurrijke Scholen en het Kenniscentrum Gemengde Scholen wordt mede ondersteund door de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) en het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS).

Noot voor de redactie, niet voor publicatie:

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met woordvoerder Martin van den Bogaerdt van VOS/ABB: 06-13190311, mvandenbogaerdt@vosabb.nl, of met beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB: 06-10946652, mlammers@vosabb.nl.

Bijlagen

Onderwijs: zoveel meer dan meetbare cognitieve prestaties

De besturenorganisaties in het primair en voortgezet onderwijs constateren een politieke trend om het onderwijs steeds meer te zien als functie van de economie. Zij  zien dat als een risicovolle verarming van de primaire taak van het onderwijs: leerlingen vormen en hun talenten  ontwikkelen, opdat zij tot hun recht komen in de samenleving. De organisaties roepen de politiek en de overheid nadrukkelijk op om open oog te houden voor de brede functie die de school voor kinderen en jongeren vervult.

Op verschillende manieren bevordert de overheid een economische kijk op het onderwijs: de expliciete, voor het onderwijs geformuleerde ambitie om bij de top 5 van kenniseconomieën te willen horen, wordt breed gedragen. De basisvakken rekenen, taal, wiskunde en Engels krijgen het primaat boven andere vakken. Bovendien kijkt men vooral naar wat meetbaar is, alsof leerlingen producten zijn. Een school is geen productiebedrijf, maar een pedagogische instelling. Bepaalde onderwijsresultaten krijgen een zwaar accent in het huidige onderwijs-beleid. De ambitie om internationaal goed te presteren wordt gedeeld door de onderwijs-organisaties, maar er is zoveel méér. En dit meerdere komt pas goed tot zijn recht in een breed vormingsaanbod, waarvan de onderwijsopbrengst niet los gezien kan worden van de meeromvattende persoonsvorming.

Onderwijs is het belangrijkste instrument om kinderen en jongeren te helpen hun talenten te ontwikkelen, te vormen en zich voor te bereiden op hun eigen plaats in de samenleving. Daarbij wordt van hen een bijdrage verwacht binnen een veelheid van domeinen van de maatschappij. De samenleving weerspiegelt een diversiteit aan uitingsvormen, waartoe mensen samen in staat zijn. Bildung, vorming, is daarom een cruciale functie van de school.

Een belangrijk aspect van vorming is kinderen en jongeren doelgericht voorbereiden op een succesvolle participatie op de arbeidsmarkt.  Het doel is dat ze gaan bijdragen aan de ontwikkeling van de samenleving en dat ze in hun eigen levensonderhoud leren voorzien.  Om zich succesvol op de arbeidsmarkt te kunnen begeven, hebben leerlingen kennis, inzicht, vaardigheden en democratische attitudes nodig. Vakkennis is essentieel, maar ook kennis over de wijze waarop een samenleving en haar organisaties functioneren, dus vaardigheden om te voldoen aan de eisen van de arbeidsmarkt.

In de ideale school houden de belangen van de arbeidsmarktgerichte competenties enerzijds en die van de brede  vorming anderzijds elkaar in evenwicht. Het evenwicht dreigt nu verloren te gaan. Dat ondermijnt op termijn ook de doelstellingen van het programma voor een leven lang leren. Leren samenwerken, ondernemend gedrag en aandacht voor culturele expressie en creativiteit maken toch niet voor niets deel uit van de Europese sleutel competenties Levenslang Leren.  De organisaties roepen besturen en hun scholen op om vanuit hun eigen visie vorm te geven aan het onderwijs.

Besturenraad    ISBO     KB(V)O     LVGS     VBS     VGS     VOS/ABB

Voor vragen: Harry Lamberink, directeur LVGS 06-53403459. Ook de bestuurders of directeuren van de andere organisaties zijn uiteraard graag bereid om een toelichting te geven.

Verzoek van VOS/ABB aan leden Provinciale Staten die Eerste Kamer samenstellen: Kies voor goed onderwijs voor álle leerlingen

In de brief, die persoonlijk aan de in totaal 533 Statenleden van alle provincies is gestuurd, gaat directeur Ritske van der Veen van VOS/ABB in op de ernstige gevolgen van de bezuinigingen die het kabinet aan het onderwijs oplegt.

De bezuiniging op passend onderwijs, die leerlingen met extra zorgbehoeften hard zal treffen, is een zeer actuele bedreiging voor de algemene toegankelijkheid van het primair en voortgezet onderwijs. Daar maakt VOS/ABB zich, als belangenbehartiger van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, grote zorgen over. De zogenoemde temporisering van deze bezuiniging, die minister Marja van Bijsterveldt van OCW onlangs bekendmaakte, doet hier niets aan af.

De Tweede Kamer is akkoord met de structurele korting van 300 miljoen euro op passend onderwijs, maar de Eerste Kamer kan er nog bezwaar tegen maken. In die zin wordt de verkiezing van de Eerste Kamerleden later deze maand door de in maart gekozen Provinciale Statenleden al op korte termijn essentieel voor de kwaliteit en de toekomst van het Nederlandse onderwijs.

VOS/ABB-directeur Van der Veen in de brief aan de Statenleden: ‘Ik wil u vragen om bij uw keuze voor kandidaten voor de Eerste Kamer bovenstaande bedreiging voor de kwaliteit van het funderend onderwijs mee te wegen. Goed primair en voortgezet onderwijs, dat voor álle leerlingen toegankelijk is, vormt het fundament van de toekomst.’

Noot voor de redactie, niet voor publicatie:

De brief van VOS/ABB aan de Provinciale Statenleden treft u als bijlage bij deze e-mail aan. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met woordvoerder Martin van den Bogaerdt van VOS/ABB: 06-13190311, mvandenbogaerdt@vosabb.nl

Bijlagen

Bezuiniging op passend onderwijs desastreus

Het VVD/CDA-kabinet, waar de PVV van Geert Wilders gedoogsteun aan wil verlenen, zegt dat onderwijs van levensbelang is voor een gezonde kenniseconomie. Het streven is om van Nederland een kenniseconomie te maken die tot de top-5 van de wereld zal behoren. Tot zover kan de ambitie van het nog te vormen kabinet positief worden beoordeeld, hoewel er in het concept meer aandacht is voor het economisch belang van het onderwijs dan voor het belang van het kind.

Wie verder kijkt, ziet dat het streven naar goed onderwijs voor álle kinderen botst met een forse bezuiniging op onderwijs aan leerlingen die specifieke zorgbehoeften hebben en op de begeleiding van deze leerlingen. De invoering van passend onderwijs, die nodig is om ook aan zorgleerlingen kwaliteitsonderwijs te garanderen, wordt met 300 miljoen euro gekort. Het budget is al niet ruim bemeten, en daar wordt nu dus nog een flink deel van afgehaald. Daarbij komt dat het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs aan een maximumbudget worden gebonden. Al met al zal dit ertoe leiden dat de kloof tussen kinderen die het reguliere onderwijs goed aankunnen en hen die daartoe niet in staat zijn, onoverbrugbaar wordt.

VOS/ABB heeft in mei van dit jaar al aan de bel getrokken over de bezuinigingen die de VVD op het zorgonderwijs wilde doorvoeren. Uit een doorrekening van VOS/ABB bleek toen al dat de VVD hierop 565 miljoen euro wilde korten, met als gevolg dat er circa 10.000 arbeidsplaatsen verloren zouden gaan. De nu geplande bezuiniging op passend onderwijs staat in het licht van wat de VVD eerder aankondigde. Hoewel het bezuinigingsbedrag minder hoog is, mag duidelijk zijn dat de gevolgen nog steeds desastreus zullen zijn. Dit zijn volgens VOS/ABB gevolgen van een kabinetsbeleid dat niet past bij het nog altijd welvarende Nederland.

Begroting 2011: Onderwijs toch fors gekort

Het gaat het om de zogenoemde enveloppenmiddelen voor OCW. Voor 2011 is het een bedrag van 235 miljoen euro dat niet wordt uitgekeerd. Dit brengt met zich mee dat tijdelijke projecten voor het onderwijs in 2011 niet van de grond zullen komen. Dit tast het innovatievermogen van het onderwijs aan.

Projecten die met enveloppenmiddelen worden betaald, of liever gezegd werden betaald, waren altijd bedoeld om het onderwijs te verbeteren. Gelukkig zal bijvoorbeeld het al lopende project om het aantal zeer zwakke scholen terug te dringen, ook in 2011 voortgang vinden. Voor dit en ook voor een aantal andere projecten zijn al beschikkingen afgegeven.

Een andere ontwikkeling in de begroting is de al eerder uitgelekte bezuiniging op de kinderopvang. Ouders gaan voor de opvang fors meer betalen. Er wordt volgend jaar 230 miljoen euro mee bezuinigd. Met een deel van dat geld, zo staat in de Miljoenennota, wordt een gat in de onderwijsbegroting gedicht. 

In feite komt het erop neer dat ouders die behoefte hebben aan (buitenschoolse) opvang, gaan meebetalen aan het onderwijs voor hun eigen kinderen en leeftijdgenoten die niet naar de opvang gaan. VOS/ABB beschouwt dit als een cynische wijze van begroten.