Krimp: voornemen tot ontslag uiterlijk op 9 april!

Schoolbesturen die in verband met krimp personeelsleden moeten ontslaan, dienen het voornemen hiertoe op tijd aan hen bekend te maken. In een deel van de gevallen zal dit al uiterlijk al op 9 april aanstaande moeten zijn gebeurd!

Als blijkt dat de schoolbesturen in het primair onderwijs voldoende ontslagruimte hebben, kunnen ze werknemers die in het RDDF zitten per 1 augustus 2014 ontslaan. Voor werknemers die vijf jaar of langer werkzaam zijn bij het schoolbestuur, dient een opzegtermijn in acht te worden genomen van minimaal drie maanden. Dit betekent dat voor deze groep het voornemen tot ontslag drie weken vóór 1 mei 2014 (dus uiterlijk op 9 april) bekend moet zijn. Dit vloeit voort uit de artikelen 3.11, 3.12, 4.7 en 4.10 van de CAO PO 2013.

In het primair onderwijs geldt een opzegtermijn van één maand voor werknemers die 12 maanden of korter in dienst zijn en een opzegtermijn van twee maanden voor werknemers die langer dan 12 maanden maar korter dan vijf jaar in dienst zijn (zie artikelen 3.12 en 4.10 van de CAO PO 2013). Dit geldt overigens niet bij alle ontslaggronden, maar wel als sprake is van RDDF-plaatsing.

Voortgezet onderwijs
Als er in het kader van krimp mogelijk ontslagen vallen in het voortgezet onderwijs, dan dient uitvoering gegeven te worden aan het werkgelegenheidsbeleid. Dit bestaat uit twee fasen: de vrijwillige en de gedwongen fase die in totaal twee jaar duren. Het betreft sociaal beleid dat moet worden opgesteld met de vakbonden.

Als na twee jaar tot ontslag kan worden overgegaan in verband met krimp (opheffing van de betrekking), dan gelden de volgende opzegtermijnen:

  • één maand indien het dienstverband zes maanden of minder heeft geduurd;
  • twee maanden indien het dienstverband meer dan zes maar minder dan 12 maanden heeft geduurd;
  • drie maanden indien het dienstverband 12 maanden of meer heeft geduurd.

Dit geldt zowel voor het openbaar als het bijzonder onderwijs (zie artikelen 9.b.3 jo., 9.b.4 respectievelijk 9.a.5 jo. en 9.a.4 van de CAO VO 2011-2012).

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Nog geen krimpmaatregelen die RDDF beïnvloeden

Er zijn geen redenen om aan te nemen dat de overheid in het kader van demografische krimp maatregelen neemt die ertoe leiden dat personeel al voor 1 mei 2013 in het risicodragende deel van de formatie (RDDF) moet worden geplaatst. Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van CDA'er Michel Rog.

De staatssecretaris komt in mei met een reactie op het advies Grenzen aan kleine scholen van de Onderwijsraad. In dit advies staat onder andere dat de minimale opheffingsnorm voor basisscholen omhoog moet van 23 naar 100 leerlingen. In het onderwijs is veel bezwaar tegen dit onderdeel van het plan en ook de coalitiepartijen VVD en PvdA zien het niet zitten. Het lijkt er dus op dat de norm niet op 100 leerlingen komt te liggen. Toch is er nog steeds veel ongerustheid over dit onderdeel van het advies.

Michel Rog van het CDA wilde van Dekker weten of diens reactie op het advies niet te laat komt in verband met de noodzaak voor schoolbesturen om op tijd, dat wil zeggen vóór 1 mei 2013, eventueel overtollig personeel in het RDDF te plaatsen. Volgens de staatssecretaris worden er niet al op zo korte termijn maatregelen genomen dat besturen hierdoor in de knel zouden kunnen komen. 

Wel wijst Dekker erop dat schoolbesturen er altijd verstandig aan doen om los van het advies van de Onderwijsraad en eventuele toekomstige maatregelen tijdig te anticiperen op dalende leerlingenaantallen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl