Rotterdamse leerlingen mogen tóch op zeilreis

De vier leerlingen die van de gemeente Rotterdam niet op zeilreis mochten, mogen dat toch wel. Dat heeft wethouder Hugo de Jonge (CDA) maandag besloten nadat er voor de gemeente Rotterdam negatieve publiciteit was ontstaan over het verbod van de leerplichtambtenaar.

Twee leerlingen van de openbare scholengemeenschap Hugo de Groot op Rotterdam-Zuid en twee leerlingen van het eveneens openbare Einstein Lyceum in Rotterdam-Hoogvliet kregen geen toestemming van de leerplichtambtenaar om mee te doen aan een educatieve zeilreis van zes weken van het Caribisch gebied naar Nederland. Leerlingen uit andere gemeenten kregen die toestemming wel.

Osg Hugo de Groot had de zeilreis cadeau gedaan aan twee excellente leerlingen voor hun inzet en prestaties. De school betaalt de reis niet zelf – dat doet een sponsor uit de Rotterdamse haven. Ook het Einstein Lyceum had twee leerlingen beloofd dat ze konden meevaren.

Volgens het Algemeen Dagblad volgde het ‘nee’ van Rotterdam op een advies van het ministerie van OCW aan de leerplichtambtenaar. Het negatieve besluit van de gemeente Rotterdam trok veel media-aandacht, die negatief afstraalde op het imago van nota bene de havenstad die zich graag profileert met extra kansen voor leerlingen. Het lijkt er sterk op dat wethouder De Jonge hier gevoelig voor is geweest.

Zie ook het bericht Zeilreizen vallen in grijs gebied Leerplichtwet.

‘Inspectie moet letten op levensvatbaarheid’

De Inspectie van het Onderwijs moet de levensvatbaarheid van scholen gaan beoordelen. Dat adviseert de Rotterdamse onderwijswethouder Hugo de Jonge (CDA) naar aanleiding van het besluit van staatssecretaris Sander Dekker van OCW om de bekostiging van de evangelische basisschool Timon in Rotterdam stop te zetten.

In een interview met het Nederlands Dagblad (ND) gaat De Jonge in op de vraag hoe het kon gebeuren dat de inspectie kort voor de zomer nog een positief oordeel had over de evangelische basisschool in Rotterdam en dat onlangs is besloten om de bekostiging stop te zetten vanwege een gebrek aan kwaliteit.

‘Door een conflict tussen de directeur en het bestuur is de kwaliteit van de school in korte tijd snel achteruit gegaan’, aldus De Jonge in het ND. De wethouder benadrukt dat voor de zomer al wel duidelijk was dat Timon nooit op tijd de stichtingsnorm zou halen. ‘Ik vind daarom dat de inspectie ook de levensvatbaarheid van een school moet toetsen.’

Dat moet volgens hem niet alleen gebeuren bij scholen die net van start zijn gegaan, maar ook bij al langer bestaande scholen. ‘De inspectie zou dan moeten toetsen of de optelsom van kwaliteit, financiële situatie en ontwikkeling van het aantal leerlingen perspectief biedt op een goede school.’

De ontwikkeling van het aantal leerlingen behoort nu niet tot het toezichtkader van de Inspectie van het Onderwijs. De Rotterdamse wethouder adviseert dus om dat er wel in op te nemen. Ook zou de inspectie wat hem betreft voorafgaand aan de stichting van een school moeten beoordelen of die school voldoende onderwijskwaliteit kan bieden. Ook zou de inspectie moeten toezien op de kwaliteit van het personeel en van het bestuur.

De standpunten van de Rotterdamse wethouder staan niet alleen in het kader van de huidige problemen met de evangelische basisschool Timon, maar ook van twee islamitische scholen in Rotterdam die hun deuren hebben moeten sluiten. Dat waren de islamitische basisschool Dialoog en de veelbesproken scholengemeenschap Ibn-Ghaldoun.

Omdat het hier het bijzonder onderwijs betreft, vraagt het christelijke ND zich af of met de voorstellen van de CDA-wethouder de vrijheid van onderwijs wordt ingeperkt. Dat is volgens hem niet het geval: ‘We moeten de vrijheid van onderwijs weerbaar maken en slechte bestuurders geen kans geven. Een kwalitatieve toets voorafgaand aan de stichting van een school, is juist een bescherming van de vrijheid van onderwijs.’