Rechter: school mocht leerling met ‘rugzakje’ weigeren

De school had aangegeven dat de leerling niet op haar plaats is in het reguliere onderwijs, en ook dat het personeel van de school niet voldoende kennis en mogelijkheden heeft om een kind met gedragsmoeilijkheden te kunnen begeleiden. De rechter achtte die motivatie voldoende, ook al wilde hij wel meer schriftelijke documentatie.

Het ging om een 14-jarig meisje, dat een indicatie heeft voor Leerling Gebonden Financiering (het ‘rugzakje’) vanwege de diagnose PDD-NOS. Het laatste jaar heeft ze thuisonderwijs gehad. Haar moeder wilde nu graag dat ze naar de enige vo-school in haar omgeving ging, een openbare school voor vmbo- en lwoo-onderwijs. Maar de school wilde haar niet toelaten.

Volgens de school is uit de beschikbare stukken gebleken dat het kind een forse leerachterstand heeft en een onderbroken leerweg. Het meisje zou daarom minstens een  ‘drempeltest’ moeten doen, maar volgens de moeder is haar dochter niet in staat zo’n test te maken.

De school heeft vervolgens op diverse manieren geprobeerd gegevens over het meisje te verzamelen, onder meer door gesprekken met de Indicatiecommissie en de speciale basisschool waar ze op heeft gezeten. De rechter vond dat de school op deze manier voldoende heeft gemotiveerd waarom er – ondanks het ‘rugzakje’ – zodanige twijfels bestaan aan de mogelijkheden van dit meisje, dat ze in redelijkheid geweigerd kon worden. Het verzoek om een voorlopige voorziening (onmiddellijke toelating) werd afgewezen. De school is in deze zaak bijgestaan door advocaat Jan Schutter van VOS/ABB.