Tevredenheid over bovenschools management

Schoolleiders in het primair onderwijs zijn in het algemeen tevreden over het bovenschools management. Ze geven het gemiddeld een 7,2. Een derde van de schoolleiders vindt zelfs dat het eigen werk leuker is geworden door de komst van het bovenschools management. Lees verder

Dit blijkt uit een onderzoek naar de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen schoolleiders en bovenschools management, uitgevoerd door Froukje Wartenbergh-Cras en Nico van Kessel van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze deden dit onderzoek in opdracht van VOS/ABB. Aanleiding was de invoering van lumpsumbekostiging en het managementstatuut per 1 augustus 2006. In het managementstatuut moet precies zijn aangegeven hoe taken en bevoegdheden binnen het schoolbestuur zijn verdeeld.

Het onderzoek is gedaan in de zomer van 2006. In totaal vulden 237 bovenschools managers (respons 40 procent) en 641 schoolleiders (respons 28 procent) de vragenlijst in. Uit de antwoorden blijkt onder meer dat inmiddels 90 procent van de besturen met vier scholen of meer een bovenschools manager heeft aangesteld. Dat percentage neemt toe naarmate besturen meer scholen onder zich hebben.

Verdeling van taken
De respondenten konden in een van de vragen exact aangeven welke taken en verantwoordelijkheden bij hen liggen. De uitkomst was duidelijk: de meer schoolspecifieke taken liggen bij de schoolleider, terwijl het bovenschools management beheerstaken oppakt die efficiĆ«nter bovenschools geregeld kunnen worden. Dat betekent dat schoolleider zich bezighoudt met het onderwijsinhoudelijk beleid, werving en selectie van personeel, aanschaf leermiddelen en dergelijke en dat het bovenschools management zich richt op de personeelsadministratie, salarisadministratie, huisvesting, vertegenwoordiging naar buiten en meer van dergelijke zaken.

Het draagvlak voor deze taak- en verantwoordelijkheidsverdeling is relatief groot. De meeste schoolleiders vinden de verdeling duidelijk en het is voor een flink deel ook vastgelegd in een managementstatuut. Twee derde van zowel de schoolleiders als de bovenschools managers zou hierin niets willen veranderen. Een kwart zou wel wat dingen anders willen zien. Dat zijn steeds zaken die zijn terug te voeren op het spanningsveld tussen de autonomie van de schoolleider en het bundelen op bovenschools niveau.

Directieberaad belangrijk
Het directieberaad is een belangrijk podium, zo blijkt uit dit onderzoek. Vrijwel alle respondenten overleggen regelmatig in het directieberaad en ze vinden de invloed daarvan groot. Schoolleiders die weten dat ze invloed hebben via het directieberaad, geven een hoger cijfer aan hun bovenschools management.

Veel schoolleiders ( een derde) vinden dat hun werk leuker is geworden (ter vergelijking: 10 procent vindt het minder leuk, 40 procent vindt het onveranderd leuk). Het is leuker geworden doordat er meer samenwerking en uitwisseling met collega’s is gekomen en doordat een aantal beheerstaken naar de bovenschools manager is gegaan. Minder leuk is de gegroeide verantwoordingsdruk en de afgenomen autonomie.

Omgekeerd zijn de bovenschools managers ook tevreden. Zij geven hun schooldirecties gemiddeld een dikke zeven. Toch zegt driekwart van de bovenschoolse managers nog bepaalde competenties te missen bij hun schoolleiders, met name op het gebied van ondernemerschap, planmatig werken en financieel management.

De eindconclusie van de onderzoekers luidt dan ook: ‘Bovenschools management – het gaat goed en het kan beter!”

VOS/ABB verstuurt het rapport binnenkort aan alle aangesloten bovenschools managers.

Bijlagen