Toezichthouders letten ook op onderwijskwaliteit

Interne toezichthouders in het primair en voortgezet onderwijs hebben oog voor financiële resultaten én voor de kwaliteit van het onderwijs. In het hoger beroeps- en wetenschappelijk onderwijs hebben raden van toezicht voor dat laatste punt veel minder aandacht. Lees verder

Dit blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van de aan de Universiteit Tilburg verbonden business school TiasNimbas en het Nationaal Register is uitgevoerd. VOS/ABB is een van de organisaties die aan het onderzoek hebben meegewerkt.

Er blijkt ook een duidelijk leeftijdsverschil tussen de gemiddelde toezichthouder in respectievelijk het wetenschappelijk onderwijs, hbo en mbo, het voortgezet onderwijs en het primair onderwijs. In de categorie wo, hbo en mbo ligt de leeftijd van de gemiddelde toezichthouder tussen 55 en 60 jaar, in het vo is dat 50 jaar en in het po tussen de 40 en 50 jaar.

Verder blijkt dat bij de werving en selectie van toezichthouders vooral uit het eigen netwerk en dat van de bestuurder wordt geput. Een ander punt dat uit het onderzoek naar voren komt, is dat er maar weinig contacten zijn tussen interne en externe toezichthouders, zoals de Inspectie van het Onderwijs. Over deze zogenoemde horizontale dialoog blijkt maar weinig duidelijkheid te bestaan.

Het onderzoek wordt op maandag 23 april gepresenteerd tijdens het middagsymposium 'Toezicht bij de les', dat in het kader staat van het 10-jarig bestaan van het Nationaal Register. Het eerste exemplaar van het onderzoeksrapport zal worden overhandigd aan minister Marja van Bijsterveldt van OCW.