Uitleg over veranderingen in onderwijstijd

Staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van OCW heeft alle scholen en besturen in het voortgezet onderwijs een brief gestuurd waarin ze ingaat op de veranderingen in het beleid omtrent de onderwijstijd. Lees verder

Van Bijsterveldt geeft in de brief een toelichting op de belangrijkste veranderingen:

  • De hoogte van de urennorm wordt aangepast: voor de onder- en bovenbouw geldt een minimumurennorm van 1000 klokuren per schooljaar. Die norm geldt ook voor het Praktijkonderwijs. Voor het examenjaar geldt een urennorm van 700 uur.
  • Voor onderwijstijd geldt niet meer dat er per se begeleiding moet zijn van een docent. Wel is het zo dat de verantwoordelijkheid voor niet-begeleide uren bij een docent moet liggen.
  • Onderwijstijd kan worden ingevuld met ouders, leerlingen en leraren. De medezeggenschapsraad krijgt daarom meer wettelijke zeggingskracht.
  • Het beoordelingskader van de Inspectie van het Onderwijs wordt een dynamisch referentiekader. Dit betekent dat de scholen meer vrijheid krijgen om in samenspraak met de belanghebbenden de onderwijstijd in te vullen.
  • De inspectie beperkt het toezicht. De kwantiteit is bepalend, niet de kwaliteit. Over dat laatste maakt de school zelf afspraken met ouders, leerlingen en leraren.
  • De zomervakantie gaat van zeven naar zes weken. Leraren krijgen in ruil hiervoor vijf roostervrije dagen.

De brief van de staatssecretaris staat in de rechterkolom. Daar vindt u ook het beoordelingskader onderwijstijd van de Inspectie van het Onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Bijlagen