Veel argumenten voor kosteloos onderwijs

De hoge kosten van schoolboeken komen steeds meer onder vuur te liggen. En terecht, want het is uit de tijd om de schoolboeken door ouders te laten betalen, vindt VOS/ABB. Er zijn veel argumenten om over te gaan op kosteloos onderwijs. Het gaat niet alleen om lastenverlichting voor de burgers, maar ook om normale marktverhoudingen, kostenbeheersing en een houdbare toekomstvisie. Lees verder

Dit heeft Ben Verheijen, adviseur bij VOS/ABB, gistermiddag betoogd als gastspreker in het Educafé van de Groep Educatieve Uitgeverijen. Verheijen liet zien dat het veel voordelen heeft om niet de ouders, maar de scholen zelf de boeken te laten kopen. Dit heeft een positief effect op de prijsontwikkeling en de marktverhoudingen en het past ook beter bij de toekomstige leermiddelen. Uiteraard zal het budget van de scholen fors omhoog moeten.

Hieronder een samenvatting van het betoog van Ben Verheijen.

‘De forse prijsstijgingen van schoolboeken hebben de laatste jaren al voor flinke commotie gezorgd. Sinds 2001 is de prijs van een gemiddeld boekenpakket met 17 procent gestegen. Voor de PvdA en SP was dit aanleiding voor een plan om de financiële verantwoordelijkheid voor de verstrekking van schoolboeken bij de scholen neer te leggen. De partijen dringen aan op lastenverlichting voor de burger. 

Een eerste succes is inmiddels binnengehaald met de afschaffing van het lesgeld voor 16-17 jarigen. Prima, maar er moet meer gebeuren. In mijn ogen is het een principiële kwestie: funderend onderwijs is een publieke taak en moet daarom door de overheid worden bekostigd.

De overheid betaalt momenteel ca. 92% van alle onderwijskosten (personeel,  huisvesting e.d.). De resterende 8% betreffen de kosten van leermiddelen, die op de ouders worden verhaald. Ik noem dit een historische weeffout.

In het primair onderwijs komt deze situatie niet voor. Waarom wel in het voortgezet onderwijs? Een kind uit groep 8 wordt na 2 maanden zomervakantie niet ineens een andere leerling. Nederland wijkt met deze systematiek af van veel andere landen binnen de EU.

Als gevolg hiervan lopen de kosten van schoolboeken per school sterk uiteen. Op sommige scholen betalen ouders twee keer zo veel als op andere scholen! Een ongelijke situatie voor ouders die – zeker buiten de randstad – veelal een beperkte schoolkeuze hebben.

Een veelgehoord argument om dit systeem te handhaven, luidt dat afschaffing van de ouderbijdrage de betrokkenheid van ouders bij de school vermindert.  Een financiële deelname zou dus waarborg zijn voor meer interesse en ouderparticipatie.

Ik waag het dit te betwijfelen. Ouders zijn ongeacht hun financiële bijdrage onverminderd betrokken bij het welzijn van hun kind en zijn prestaties op school. Ja, ouders willen lagere schoolkosten, net zoals ze lagere benzinekosten willen. Maar ouders willen vooral kwaliteit en verantwoording bijvoorbeeld via transparante rekeningen.

Normale markt
Als voorstander van door de overheid bekostigd onderwijs vind ik de huidige markt met pseudo-vragers (scholen) en kostenafwenteling op ‘gebonden gebruikers’ (ouders) niet meer actueel. De overheid zal moeten zorgen voor normale marktomstandigheden. Scholen die zelf met de financiële gevolgen van hun boekenkeuze worden geconfronteerd, kunnen een krachtiger rol vervullen als economische tegenpartij van de uitgevers dan de individuele ouder.

Als scholen zelf boeken gaan kopen, verwacht ik dan ook positieve gevolgen voor het prijsniveau. Scholen zullen hun keuzes zorgvuldig afwegen, wat er toe bijdraagt dat het kostenniveau in de toekomst beheersbaar blijft. Ook de volumecomponent speelt een rol.

De positie van educatieve uitgeverijen is daarnaast niet onaantastbaar. Scholen beschouwen de uitgeverijen in het algemeen nog teveel als één front en houden daarmee het idee in stand met een economisch machtsblok te maken te hebben. Van dat idee moeten ze af. Maar ook uitgeverijen zelf zouden – zeker na het loslaten van de vaste boekenprijs – zich meer van elkaar kunnen onderscheiden en minder als gesloten branche opereren.

Invloed overheid
De overheid heeft ook invloed op de boekenkosten, want zij kiest voor onderwijsvernieuwing, differentiatie en variatie met als gevolg vernieuwing van schoolboeken. Daarnaast is de overheid verantwoordelijk voor de BTW-heffing.

Schoolboeken worden in toenemende mate voorzien van een gedigitaliseerde versie zoals een cd-rom. Hierdoor komt het product echter van een 6% BTW-heffing in een 19% tarief.  Dat maakt de boeken extra duur en bovendien dreigt een belemmering voor verdergaande digitalisering. Het is moeilijk te begrijpen indien de Tweede Kamer dit zou laten gebeuren.

Via een btw-vrijstelling naar Brits model (0 procent!) zou de Nederlandse overheid geloofwaardig blijven in haar streven naar het beperken van schoolkosten.

Zapcultuur: nieuwe werkvormen
Methodes en werkvormen veranderen. Het traditionele schoolboek wordt langzaamaan verdrongen door nieuwe ict-toepassingen en software. Zo vindt de school aansluiting bij de hedendaagse dynamische belevingswereld en zapcultuur van de leerling.

Gevolg hiervan is wel dat het beeld van het klassieke leermiddel meer en meer diffuus wordt. Er zijn al scholen die lesmateriaal voor leerlingen toegankelijk maken via licenties. Daarmee wordt het begrip leermiddel steeds vager. Het wordt moeilijker om hiervoor een financiële bijdrage aan de ouders te vragen.

Het huidige kabinetsbeleid is gericht op meer autonomie voor scholen. Het opnemen van de kosten voor leermiddelen in de lumpsumfinanciering voor scholen, sluit daar naadloos bij aan.

Voldoende budget
Voorwaarde voor het welslagen van dit plan is dat er voldoende budget beschikbaar komt, gebaseerd op een redelijke afschrijvingstermijn van de boeken van 4 à 5 jaar.  Langere afschrijvingstermijnen kunnen leiden tot aantasting van het kwaliteitsniveau.

Dit gaat de overheid veel geld kosten. Maar nu de plannen voor uitgavenverhoging en lastenverlichting over elkaar heen buitelen, moet het toch mogelijk zijn om de herstructurering van de leermiddelenmarkt daar onderdeel van te laten uitmaken

Als het gaat om de vraag waar dat geld vandaan moet komen, moet de politiek zelf aan het huiswerk’.

Ben Verheijen,
adviseur bij VOS/ABB, werkgeversvereniging voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.