Verbazing en ergernis bij vo over minister

Verbazing, ergernis en teleurstelling. Dat waren de reacties in het voortgezet onderwijs na de recente uitspraken van minister Van der Hoeven over de schaalgrootte van vo-scholen. Na vele jaren, waarin haar eigen ministerie dringend opriep tot schaalvergroting, kwam zij met een opmerking over te grote scholen. Lees verder

Ze wil een fusietoets invoeren, om te kunnen ingrijpen, wanneer zij vindt dat scholen door fusies zo groot worden dat er geen keuzevrijheid voor ouders meer is.

Het idee voor schaalvergroting kwam toch echt uit de koker van ministerie van onderwijs, in de tweede helft van de jaren negentig. Daarmee moesten de efficiëntie en de doorstroommogelijkheden voor leerlingen verbeteren. De meeste vo-scholen zijn de weg richting schaalvergroting ingeslagen, soms schoorvoetend. Er ontstonden grote schoolbesturen en grote scholen, maar altijd waakte het management erover dat de locaties een behapbare omvang hielden. Scholen werden geen fabrieken. Binnen grote besturen kunnen scholen van verschillende denominaties bestaan. Ook kunnen scholen van één groot bestuur zich profileren met een bepaalde eigenheid (sportprofielschool, school voor de podiumkunsten) omdat ze niet meer hoeven te concurreren. Zo bezien blijft er genoeg te kiezen.

Er is inmiddels ook onderzoek gedaan naar de effecten van schaalvergroting (benchmarkonderzoek Bureau Berenschot, 2003). Wat blijkt? De grote scholen hebben minder overheadkosten en bieden docenten een beter loopbaanbeleid en een groter scholingsaanbod. Ook blijken de grote scholen veiliger doordat er meer middelen zijn voor bewaking. Ouders kiezen zelfs bij voorkeur voor grote scholen.

Waar komen dan toch steeds die geluiden vandaan, dat grote scholen niet goed zouden zijn? Het is een teneur in de media, die niet is gebaseerd op realiteit. Maar ook de Onderwijsraad doet er aan mee. Hoewel die raad in oktober 2005 constateert ‘dat het nooit is bewezen dat een grotere schaal leidt tot een slechtere kwaliteit’, vindt hij toch dat grootschaligheid niet goed is. Argumenten: ‘een cultuur van bescheidenheid’ zou ons passen en ‘fusies tussen scholen leiden tot een ongewenste inperking van de keuzevrijheid’.

Dat argument neemt Van der Hoeven – onder druk van de Tweede Kamer – nu dus over, evenals het voorstel van de Onderwijsraad om een fusietoets in te voeren. Het had de minister beter gepast om te vertellen hoe de schaalvergroting in het voortgezet onderwijs is uitgevoerd, hoe de scholen zijn ingericht (vaak in kleine units en met locaties van bescheiden omvang), en hoezeer de efficiëntie en veiligheid zijn toegenomen. Ze had kunnen wijzen op het ontstaan van profielscholen waardoor er juist veel te kiezen is. Zij had – in elk geval – het beeld moeten nuanceren. Dat verwachtte het vo-veld van haar en terecht.

Wat Van der Hoeven nu doet, lijkt op het stampen van een olifant in een porseleinkast. Of op meehuilen met de wolven in het bos. Met het oog op de verkiezingen? Dan bereikt ze toch in het onderwijsveld een averechts effect.

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn