Verklaring Gedrag wordt aangescherpt

Minister Hirsch Ballin van Justitie scherpt de regels voor de afgifte van Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor mensen die met minderjarigen willen werken. Dat schrijft hij in antwoord op vragen van de Tweede Kamer. Lees verder

Eerder heeft VOS/ABB in een gezamenlijke brief van de besturenorganisaties aangedrongen op meer duidelijkheid over VOG. ‘Scholen moeten ervan op aan kunnen dat iemand die een VOG kan overleggen ook werkelijk geen strafblad heeft’, was de strekking van die brief (zie het bericht in de rechterkolom hiernaast). Die werd in november gestuurd naar aanleiding van de affaire rond een directeur van een pc-school in Westervoort. Het schoolbestuur had hem aangesteld nadat hij een VOG had overlegd, maar naderhand bleek dat hij eerder was veroordeeld wegens een zedenmisdrijf.

De minister heeft het Centraal Orgaan Verklaringen Omtrent het Gedrag (COVOG) van het ministerie van Justitie nu opdracht gegeven in het vervolg geen VOG meer af te geven aan personen die met minderjarigen willen werken indien:

  • zij in de 20 jaar voorafgaande aan de aanvraag zijn veroordeeld tot een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf / taakstraf vanwege zedendelicten.
  • zij twee of meermalen zijn veroordeeld tot een (on)voorwaardelijke gevangenisstraf /taakstraf vanwege zedendelicten.
  • zij in de 10 jaar voorafgaande aan de aanvraag één maal in de justitiële documentatie voorkomen met een voorwaardelijk sepot danwel veroordeeld zijn voor een andere straf dan een gevangenisstraf /taakstraf vanwege zedendelicten.   

Bij alle aanscherpingen geldt dat een eventueel positief reclasseringsrapport niet van invloed zal zijn op de beslissing over de aanvraag. De minister schrijft in zijn brief aan de Tweede Kamer wel dat wanneer het onthouden van de VOG evident disproportioneel is, van deze aanscherpingen kan worden afgeweken.

Onderzoek
De minister heeft alle 106.857 aanvragen voor een VOG in het onderwijs laten onderzoeken, die sinds 1 april 2004 bij het COVOG zijn ingediend. Uit dit onderzoek blijkt dat van deze 106.857 aanvragen in 122 gevallen een zedendelict een rol heeft gespeeld bij de beoordeling.

In 24 van de 122 aanvragen is de VOG geweigerd of is de aanvraag nog in behandeling. In 98 gevallen is er een VOG afgegeven, grotendeels (in 78 gevallen) omdat de (straf-)zaak niet heeft geleid tot een veroordeling. Van de overgebleven 20 aanvragen is de aanvrager in 18 gevallen veroordeeld voor een zedendelict, waarvan twee keer tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In één geval is een VOG afgegeven aan een persoon tegen wie nog een strafzaak openstaat en in één geval is de strafzaak door het OM afgedaan met een transactie.

Conclusies
Op basis van dit onderzoek concludeert de minister dat het COVOG sinds haar oprichting heeft gehandeld conform de regels die in samenspraak met het parlement zijn opgesteld. Uitgezonderd één verstrekte VOG, die nader wordt onderzocht. Wel vindt de minister dat vanwege de veranderende maatschappelijke opvattingen op dit terrein een aanscherping van de beleidsregels gewenst is.

De minister merkt in zijn brief op dat in Nederland alleen de strafrechter bevoegd is iemand te verbieden zijn beroep uit te oefenen voor een bepaalde periode. Voor die periode geldt dat deze maximaal vijf jaar langer mag duren dan de gevangenisstraf die de rechter oplegt. Dit sluit echter niet uit dat organisaties op basis van eigen reglementen mogelijkheden hebben een persoon te schorsen of te royeren. Gezien deze aanscherpingen van de VOG-beleidsregels ziet de minister geen aanleiding om aanvullende wettelijke maatregelen te nemen op het gebied van het beroepsverbod.

Wat is een VOG precies?
De VOG is een verklaring waaruit blijkt dat het gedrag van een persoon geen bezwaar oplevert voor zijn nieuwe baan. Een VOG is verplicht voor bijvoorbeeld leerkrachten en taxichauffeurs. Ook bij personen die gaan werken met vertrouwelijke gegevens of geld kan de nieuwe werkgever om een VOG vragen.

De VOG wordt afgegeven als uit het VOG-onderzoek blijkt dat de aanvrager geen strafbare feiten op zijn naam heeft staan. Heeft de aanvrager wel een strafblad, dan wordt beoordeeld of zijn strafbare gedrag uit het verleden relevant is ten opzichte van het doel waarvoor de VOG is aangevraagd. Dronken rijden is bijvoorbeeld voor een leerkracht niet meteen relevant, maar voor een taxichauffeur wel.