Verleng overgangsperiode gewichtenregeling

Een overgangsperiode van drie jaar voor de nieuwe gewichtenregeling is te kort. Het is een gemiste kans dat minister Maria van der Hoeven van OCW niet ingaat op ons voorstel een periode van acht jaar in acht te nemen, met als uitgangspunt de nieuwe gewichten alleen te laten gelden voor de instroom van onderaf. Lees verder

Het basisonderwijs heeft al veel te lang moeite om stabiliteit te brengen in het personeelsbeleid. Te denken valt aan het schrappen van het Onderwijs in Allochtone Levende Talen (OALT), waardoor honderden leerkrachten moesten worden ontslagen. Een ander voorbeeld is het verdwijnen van de subsidie voor de ID’ers. Ook dit leidt tot een ontslaggolf, om van de verdere organisatorische problemen die het gevolg zijn van deze maatregel nog maar te zwijgen. Er moet dus niet nog een maatregel bovenop komen die de financiële, personele en organisatorische huishouding van het primair onderwijs overhoop haalt.

Het voorstel van het ministerie om gedurende drie jaar vanaf 2007 de financiële effecten van de nieuwe gewichtenregeling te dempen vinden wij dan ook verre van voldoende. Met name scholen met veel allochtone leerlingen zullen ondanks de maatregel van de minister flink wat minder geld krijgen, hetgeen de personele bezetting in gevaar brengt. OCW dempt het effect dan wel; uiteindelijk zal het toch op vrij korte termijn onherroepelijk leiden tot ontslagen.

Bij VOS/ABB zagen we dit al aankomen. Daarom pleitten wij in onze brief van 22 oktober vorig jaar aan de vaste kamercommissie voor OCW voor een overgangsperiode van acht jaar. Het voorstel was om de nieuwe regeling van onderaf in te voeren, dus alleen voor de nieuwe kinderen. De zittende leerlingen zouden hun gewicht moeten behouden. Dit zou niet alleen veel administratieve rompslomp voorkomen, maar ook het onderwijs in staat stellen zich van jaar tot jaar, zonder ontslagen, aan te passen aan kleine effecten.

Een ander punt dat aandacht verdient, is het maximum van 80% achterstandsleerlingen dat een school volgens de nieuwe regeling straks mag hebben. Zoals bekend staan in de oude wijken in de steden behoorlijk wat scholen die ruim boven dit maximum zitten. Deze scholen kunnen straks fluiten naar hun geld, terwijl ze het percentage achterstandsleerlingen met geen mogelijkheid omlaag kunnen brengen. Want waar kunnen deze scholen voldoende leerlingen zonder achterstand vandaan halen?

Ten slotte wil ik hier nog ingaan op de pilot met schakelklassen waarmee het ministerie van start wil gaan. VOS/ABB blijft fel gekant tegen elke vorm van rigide beleid, waarvan deze pilot een voorbeeld is. Het onderwijsveld is goed in staat om zelf te bepalen hoe het taalachterstanden aanpakt. Deze gedachte past ook prima in het beleid van OCW om de scholen meer autonomie te geven. Het verbaast ons dat minister Van der Hoeven ook in deze kwestie weer het wiel wil uitvinden, zonder dat het veld daarom vraagt.

Philip Geelkerken

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn