Vernieuwd toezicht niet overhaast invoeren

Scholen krijgen dit schooljaar al direct te maken met nieuw – lees: verminderd toezicht door de Inspectie. De dienst komt voortaan alleen nog langs op “risicoscholen”. Dat kan omdat op heel veel scholen de kwaliteit van het onderwijs prima in orde is. Op zich een goed bericht, maar er zitten toch wat haken en ogen aan. Vooral de snelle, bijna overhaaste, invoering van dit nieuwe toezicht, kan tot problemen leiden. Lees verder

Scholen hebben zich nauwelijks op deze ingrijpende verandering in het oude, vertrouwde systeem van onafhankelijk overheidstoezicht kunnen voorbereiden. De Tweede Kamer heeft zich nog niet uitgesproken. Er is geen overleg geweest met het onderwijsveld over de voorwaarden waarop het toezicht op een verantwoorde manier verminderd kan worden.

Zoals het vernieuwde toezicht er nu uitziet, moeten schoolbesturen dit schooljaar al zelf verantwoording afleggen over de kwaliteit van hun onderwijs. Zij moeten de kwaliteit van hun eigen scholen gaan toetsen en daarover op de juiste manier verslag uitbrengen bij de Inspectie, zodat de dienst in staat is om de “risicoscholen” inderdaad goed in kaart te brengen. Maar in de praktijk beschikt nog maar de helft van alle basisscholen op dit moment over een systeem van interne kwaliteitszorg dat voldoet aan de eisen. Dat blijkt uit cijfers van de Inspectie zelf.

De andere helft van de scholen moet dit nu dus versneld gaan invoeren. Het zou goed zijn als ze daarbij de middelen kregen om de gevraagde interne kwaliteitszorg op te zetten, uit te voeren en te borgen. Die middelen kunnen wellicht gevonden worden in het bedrag dat de Inspectie nu zelf uitspaart door veel minder scholen te bezoeken. Of gaat het hier alleen maar om (weer) een ordinaire bezuiniging?

Inspectierapporten en -adviezen
Er is nog meer aan de hand. De laatste jaren heeft de inspectie een stimulerende rol aangenomen, die goed werd gewaardeerd in het onderwijs. Daarmee is wel degelijk een impuls gegeven aan kwaliteitsverbetering. Voor het onderwijs, voor de leerlingen en hun ouders is het goed als een onafhankelijke instantie als de Inspectie adviezen geeft. Die worden zeer serieus genomen. Het zou jammer zijn als die (betrekkelijk nieuwe) taak van de Inspectie nu alweer overboord gezet wordt.

Daarnaast zal de sector de rapportages van de Inspectie missen. Het zijn immers ook die rapportages die een onafhankelijk totaaloverzicht geven van de stand van zaken in het onderwijs. Dit zou wel op te lossen zijn door een ander openbaar systeem van beoordeling van scholen, maar dat is er nu nog niet. Daarnaast gebruiken de scholen hun goede inspectierapporten in de pr van de school. En terecht. Hoe kunnen scholen straks nog objectief aan ouders laten zien hoe ze presteren?

Voor veel scholen heeft het vernieuwde toezicht echter zeker ook positieve kanten. Want wie zijn onderwijs perfect op orde heeft, zit niet altijd te wachten op de langdurige en tijdrovende bezoeken van de Inspectie. Daarnaast is het goed als scholen door een voortdurende eigen kwaliteitsmeting continu zicht krijgen op hun eigen prestaties. Daarmee kan voorkomen worden dat een school in een paar jaar met wat minder inspectiebezoek toch nog wegzakt; scholen zullen steeds zelf alert moeten blijven.

Zorgvuldig opbouwen
Er is dus echt wel wat te zeggen voor een vernieuwde manier van toezicht. Maar op dit moment is het nog te vroeg. De scholen zijn nog niet zo ver, en er is nog geen ander benchmark-systeem opgezet. Laten we dat eerst eens zorgvuldig opbouwen, voordat we het onafhankelijk toezicht afbouwen. In die zin is het te hopen dat de Tweede Kamer nog ingrijpt, als het onderwerp daar op de agenda komt. Volgens plan is dat in oktober.

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn