Vooral vmbo’s zien leraren met pabo-diploma zitten

Leerkrachten uit het primair onderwijs kunnen prima doorstromen naar het praktijkonderwijs en het vmbo. Dat blijkt uit onderzoek in opdracht van het Arbeidsmarktplatform PO en Voion. Lees verder

Als gevolg van demografische krimp neemt het aantal leerlingen in het primair onderwijs af. Dat heeft negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid. Om meer pabo-gediplomeerden aan het werk te helpen in het voortgezet onderwijs, kan een op deze groep gerichte 'zij-instroombeurs' helpen.

Uit het onderzoek blijkt dat scholen in het voortgezet onderwijs en lerarenopleidingen over het algemeen positief zijn over leraren met een pabo-diploma. Zij worden gezien als goede, gemotiveerde en ervaren medewerkers, die sterk zijn op het pedagogisch-didactische vlak en in het geven van Nederlands. Dat laatste kan als opmerkelijk worden beschouwd, omdat over leerkrachten in het primair onderwijs nogal eens wordt geklaagd over hun kennis en vaardigheden op het gebied van de Nederlandse taal.

Op vakinhoudelijke gebieden en qua kennisniveau blinken leraren die uit het primair onderwijs komen niet echt uit, zo blijkt het onderzoek. Daarom zijn ze in de ogen van scholen en lerarenopleidingen vooral geschikt voor en ook welkom in het vmbo en in het praktijkonderwijs. Een deel van de leerkrachten met een pabo-diploma zelf ambieert ook functies in de onderbouw van havo en vwo, maar daar lijken ze dus minder geschikt voor.

Op dit moment werken 5100 pabo-gediplomeerden in het voortgezet onderwijs, van wie 1800 in het praktijkonderwijs. Een zij-instroombeurs kan meer leraren over de streep trekken om naar deze sector over te stappen, zo is de gedachte. Leerkrachten met een pabo-diploma die willen overstappen naar het v(mb)o, hebben een tweedegraadsbevoegdheid nodig

Klik hier voor het onderzoek 'Mogelijkheden overstap van primair onderwijs naar v(mb)o'.