VOS/ABB geeft toelichting op 36 maandenregel

De Helpdesk van VOS/ABB krijgt de laatste tijd steeds meer vragen over de toepassing van de 36 maandenregel. Eerstelijnsadviseur Céline Adriaansen van VOS/ABB heeft daarom een verhelderende toelichting geschreven. Zij gaat in op drie situaties, namelijk de tijdelijke uitbreiding, payrolling en de uizendovereenkomst. Lees verder

Tijdelijke uitbreiding 
De 36 maandenregel is niet van toepassing op werknemers die een vast dienstverband hebben met een tijdelijke uitbreiding. Er zijn diverse uitspraken van rechters en commissies van beroep die dat bepalen.

In het algemene arbeidsrecht wordt ervan uitgegaan dat een tijdelijke uitbreiding niet kan worden aangemerkt als een afzonderlijk dienstverband naast het bestaande dienstverband voor onbepaalde tijd, als de werkzaamheden niet wezenlijk verschillen en hiervoor ook geen verschillende arbeidsvoorwaarden gelden.

De commissies van beroep voor het protestants-christelijk en het algemeen bijzonder onderwijs hebben bovendien bepaald dat uit het systeem van de CAO PO volgt dat de 36 maandenregel niet van toepassing is op tijdelijke uitbreidingen. Aangezien dezelfde bepaling is opgenomen voor het openbaar onderwijs in de CAO PO en de CAO VO, kan er vanuit worden gegaan dat dit ook geldt voor het openbaar onderwijs.

De 36 maandenregel is aldus niet van toepassing op tijdelijke uitbreidingen, maar werknemers kunnen wel verzoeken om vermeerdering van arbeidsduur om een vaste aanstelling te bewerkstelligen voor de extra uren.

Payroll
De medewerker is bij payrolling niet in dienst bij de school waar hij feitelijk werkzaam is. Hij is in dienst bij een andere werkgever (de payrollorganisatie) die de werknemer uitleent aan de school. Voor de werknemer gelden de arbeidsvoorwaarden zoals deze overeengekomen zijn met de werkgever, dus het payrollbedrijf.

De school kan op basis van de met het payrollbedrijf gemaakte afspraken de relatie met de medewerker beëindigen. Er geldt een Payroll-cao, die uitgaat van het volgende: de werknemer treedt in dienst en komt dus op de payroll van de payrollonderneming. Als formele werkgever stelt de payrollonderneming de werknemer vervolgens op basis van een inleenovereenkomst ter beschikking aan de materiële werkgever. De werkgeverstaken en -risico’s komen bij de payroll-onderneming liggen.

Dit betekent dat de 36 maandenregel zoals die is neergelegd in de CAO PO en de CAO VO niet van toepassing is op de werknemer die op basis van payrolling voor de school werkt. De payroll-cao kent ook een beperking van het aantal contracten (vanaf 1 januari 2010: 182 weken). De 182 wekenregel geldt alleen tussen de payroll-onderneming en de medewerker. In de praktijk wordt de inzet van de medewerker beëindigd voor het eind van deze periode.

Indien een werknemer eerst via payroll werkzaam is op een school en vervolgens bij dezelfde school een aanstelling voor bepaalde tijd krijgt, is de 36 maandenregel wèl van toepassing, omdat er sprake is van elkaar opvolgende aanstellingen tussen een werknemer en verschillende werkgevers die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn.

Uitzendovereenkomst
Bij de uitzendovereenkomst zijn betrokken een uitlener, een inlener en een uitzendkracht. Op grond van artikel 7:690 van het Algemeen Burgerlijk Wetboek wordt de uitzendovereenkomst aangemerkt als een arbeidsovereenkomst, waarbij de werknemer door de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van een derde.

Het werk van de uitzendwerker vindt plaats onder leiding en toezicht van een derde, de inlener. Op de uitzendovereenkomst is de CAO voor Uitzendkrachten van toepassing. Dit betekent dat de 36 maandenregel, zoals die is neergelegd in de CAO PO en de CAO VO, niet van toepassing is op de werknemer die op basis van een uitzendovereenkomst in dienst is op de school.

Indien een werknemer eerst via een uitzendovereenkomst werkzaam is op een school en vervolgens bij dezelfde school een aanstelling voor bepaalde tijd krijgt, is de 36 maandenregel wél van toepassing, omdat er sprake is van elkaar opvolgende aanstellingen tussen een werknemer en verschillende werkgevers, die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl