VOS/ABB: vragen over terugvorderen ontslagpremie

Minister Marja van Bijsterveldt van OCW vordert met ingang van het huidige kalenderjaar ontslagvergoedingen terug, tenzij de rechter heeft bepaald dat deze vergoedingen moesten worden uitgekeerd. Dat staat in een brief van de minister aan de VO-raad. VOS/ABB vindt de brief verre van duidelijk en heeft daarom een reeks schriftelijke vragen gesteld aan de minister. Lees verder

Van Bijsterveldt maakt in de brief aan de sectororganisatie duidelijk dat zij het toekennen door vo-scholen van ontslagvergoedingen ziet als een onrechtmatige besteding van de bekostiging. Zij zal overgaan tot terugvordering van toegekende vergoedingen, tenzij de rechter de school heeft gedwongen een vergoeding te betalen.

De brief van de minister, die via meerdere contacten bij VOS/ABB bekend is geworden, roept de nodige vragen op:

1. Op welke datum is de brief verzonden aan de VO-raad?

2. Geldt de brief ook voor het primair onderwijs en mbo- en hbo-instellingen? 

3. Is de informatie vermeld in de brief ook op andere wijze verspreid/bekendgemaakt aan het brede onderwijsveld en adviseurs en zo ja, wanneer, aan wie op welke wijze? De achterliggende vraag is of het voor scholen mogelijk was om te anticiperen/rekening te houden met het risico van terugvordering van bekostiging?

4. Hoe wordt bepaald wanneer er sprake is van onrechtmatige besteding van de bekostiging? Anders geformuleerd: is elke ontslagvergoeding uit de rijksbekostiging die een onderwijsinstelling toekent een onrechtmatige besteding? Ook als de kosten van een lange en kostbare (heilloze) procedure daartegen zijn afgezet?

5. Wordt met een rechterlijke uitspraak (volgens de brief een basisvoorwaarde om niet tot terugvordering over te gaan) ook een beschikking na een geregelde ontbinding bedoeld? Zo ja, hoe verhoudt zich dit tot het openbaar onderwijs dat in geval van een regeling niet om een rechterlijke beschikking (en toekenning van een vergoeding) kan verzoeken?

6. Rechtvaardigt een rechterlijke uitspraak (een uitspraak van de bestuursrechter, een vonnis van de rechtbank, een beschikking al dan niet  op tegenspraak) waarin een vergoeding wordt uitgesproken te allen tijde dat de bekostiging niet wordt teruggevorderd? Op welke wijze is daarbij rekening gehouden met de verschillende rechtsgangen voor het openbaar en het bijzonder onderwijs? 

7. Welke kosten vallen onder ‘kosten gemaakt om een nieuwe passende functie te (laten) vinden’. Meer specifiek: valt daar ook onder, doorbetaling van salaris en vrijstelling van werkzaamheden vanwege een disfunctioneren (naar het oordeel van de werkgever)?

8. Wat wordt verstaan onder ‘redelijke grenzen’ daar waar wordt gesteld dat de kosten voor het vinden van een nieuwe passende functie niet worden teruggevorderd indien die binnen redelijke grenzen blijven?

De onderwijsjuristen en –advocaten van VOS/ABB hebben deze vragen op 2 februari voorgelegd aan de minister. Zodra de antwoorden van de minister binnen zijn, kunt u hierover lezen op deze website en in de e-mailnieuwsbrieven van VOS/ABB. 

Zolang er nog geen duidelijkheid is over de exacte consequenties van de aankondiging tot terugvordering, adviseert VOS/ABB om in geval van ontslagtrajecten tot nader bericht een slag om de arm te houden bij de toekenning van een vergoeding en te verwijzen naar de brief van de minister. 

De brief van Van Bijsterveldt staat in de rechterkolom van dit bericht.

Informatie: Sandra Geerdink, 0348-405200, sgeerdink@vosabb.nl 

Bijlagen

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn