VVD in Senaat mort over 1040 urennorm

De VVD-fractie in de Eerste Kamer lijkt gevoelig voor de protesten van het voortgezet onderwijs tegen de 1040 urennorm. De liberalen vragen zich af waarom de norm van 1000 uur moet worden verlaten. Lees verder

Het werd vorige week al duidelijk dat de VVD in de Eerste Kamer twijfels heeft over de door de Tweede Kamer goedgekeurde wetswijziging over onderwijskwaliteit, onderwijstijd en vakanties in het voortgezet onderwijs. De VVD in de Senaat heeft onder meer problemen met de voorstellen rond medezeggenschap.

Uit schriftelijke vragen die de VVD-fractie in de Senaat heeft gesteld, blijkt dat de liberalen ook gevoelig zijn voor de protesten tegen de 1040 urennorm voor de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs. In de huidige situatie is er consensus over 1000 uur. Dat aantal uren vloeide in 2009 voort uit het advies van een commissie onder leiding van VVD'er Clemens Cornielje. De VVD in de Senaat vraagt zich af wat er mis is met 1000 uur.

Het getal 1040 is in het politieke debat teruggekeerd, nadat minister Marja van Bijhsterveldt van OCW akkoord was gegaan met een motie van Harm Beertema van gedoogpartner PVV in de Tweede Kamer. De minister ging hiermee akkoord om de spanningen in de gedoogconstructie niet verder op te drijven.

Nu de VVD in de Eerste Kamer bezwaar maakt tegen de 1040 urennorm, is het nog maar de vraag of er in de Senaat voldoende steun is voor de voorgestelde wetswijziging. Als de VVD er geen steun aan geeft, is er geen meerderheid.   

De kritische opstelling van de VVD volgt op een mede namens VOS/ABB aan de Eerste Kamer verstuurde brief, met daarin de bezwaren van het voortgezet onderwijs tegen de voorgestelde wetswijziging (zie het gerelateerde bericht in de rechterkolom).

Klik hier voor het voorlopig verslag van de vaste commissie voor OCW op 14 februari, waarin onder meer op de kritische opstelling van de VVD wordt ingegaan.