Waarden en normen: juist in het openbaar onderwijs

Geïnterviewde ouders in het artikel ‘Als ze wil bidden, dan mag ze dat’ in de rubriek ‘Ruimte voor geloof’ in dagblad Trouw van 5 januari kiezen niet voor een openbare, maar voor een religieuze school, omdat die aandacht voor waarden en normen heeft. Beleidsmedewerker Marleen Lammers van VOS/ABB reageert hierop door zich af te vragen waar het beeld vandaan komt dat openbare scholen geen aandacht voor waarden en normen zouden hebben. Lees verder

Al rond 1800 stond de morele opvoeding van kinderen centraal in het openbaar onderwijs, met aandacht voor alle maatschappelijke en christelijke deugden. De achterliggende gedachte van de overheid was dat het samenbrengen van protestantse, katholieke en joodse leerlingen op één school de verdraagzaamheid tussen deze groepen zou bevorderen.

Dit omvat nog steeds de essentie van het openbaar onderwijs: het samenbrengen van verschillende religies en levensovertuigingen, met overeenkomsten en verschillen in waarden en normen.

Bij veel ouders leeft echter het beeld dat alleen bijzondere scholen duidelijke waarden en normen hanteren. Het zou een karikatuur zijn om openbare scholen daartegenover te stellen als ‘norm- en waardeloos’. Juist doordat het openbaar onderwijs geen leerlingen uitsluit, draagt het een brede verantwoordelijkheid ten aanzien van normen en waarden. Dit maakt de openbare school tot hét instituut dat kinderen op basis van onderling respect voorbereidt op de pluriforme samenleving. Vergelijk het met ouders die niet of niet-actief religieus zijn. Die leren hun kinderen toch ook regels en omgangsnormen?

Een andere reden van deze ouders om te kiezen voor een school op religieuze grondslag, is dat zij hun kinderen ‘iets’ willen meegeven van het geloof. Aangezien zij zich hier zelf niet zo mee bezighouden, zou de katholieke of protestants-christelijke school een uitkomst bieden. Is er dan op openbare scholen geen plaats voor religie? 

Ook hier overheersen kennelijk negatieve vooroordelen. Openbare scholen zijn de plek bij uitstek om aandacht te besteden aan levensbeschouwing. Zij moeten, als ouders daarom vragen, godsdienstig en/of humanistisch vormingsonderwijs aanbieden. Dat is bij wet geregeld. Los daarvan is het de kracht van het openbaar onderwijs dat de school vanuit de openbare gedachte, dus vanuit diverse invalshoeken, kan kijken naar verschillende religies en levensovertuigingen. Kinderen maken niet beperkt kennis met één stroming of visie, maar leren op basis van diversiteit. Er kan geen betere voorbereiding zijn op de pluriforme samenleving.

Informatie: Marleen Lammers, 06-10946652, mlammers@vosabb.nl

Klik hier voor het Trouw-artikel ‘Als ze wil bidden, dan mag ze dat’, dat op de website van het christelijke dagblad vermeld staat onder de titel ‘Niet gelovig, toch iets meegeven’. 

Een door Trouw geredigeerde versie van de reactie van Marleen Lammers staat in de editie van zaterdag 8 januari. Zie het pdf-document in de rechterkolom.

Bijlagen