Wat is er mis?

Bestuurscrises, twijfelachtige kostenposten en toezichthouders die niet opletten. Deze ellende leek tot nu toe vooral de kwaliteit en het imago van het middelbaar en hoger beroepsonderwijs parten te spelen. Ook in andere sectoren kwam en komt het voor, zoals we helaas maar al te goed weten. Ik denk aan de gezondheidszorg en volkshuisvesting, met Vestia als triest miljardendieptepunt. Maar nu worden deze praktijken ook in verband gebracht met het primair en voortgezet onderwijs… Lees verder

Kijk naar de ellende rond de Onderwijsgroep Amarantis voor mbo en voortgezet onderwijs, die door wanbestuur en torenhoge huisvestingskosten –het bestuursbureau zat nota bene aan de peperdure Zuidas in Amsterdam- financieel kapot is gegaan. Of, dichter bij huis, het gedoe rond de stichting BOOR voor openbaar onderwijs in Rotterdam, een van de grootste organisaties voor primair en voortgezet onderwijs in ons land. Eerst een onderzoek naar jarenlange bouwfraude met diverse arrestaties en toen een buitengewoon kritisch of eigenlijk vernietigend rapport over het functioneren van de organisatie en het aftreden van het toezichthoudende algemeen bestuur. Vervolgens ontstonden er ook nog ernstige twijfels over dure buitenlandse reizen, waarvan het maar de vraag is of die ooit iets hebben bijgedragen aan het onderwijs. Allemaal bepaald geen reclame voor het funderend onderwijs en vooral ook schadelijk voor de reputatie van al die bestuurders en toezichthouders die naar eer en geweten handelen.

Het is van alle tijden dat er overal mensen zijn die niet de verleidingen kunnen weerstaan, die verbonden zijn aan posities met veel verantwoordelijkheden. Ook zijn er altijd wel mensen die eenmaal op hun plek niet doen wat ze zouden moeten doen. De één laat als bestuurder spiegelende onderwijspaleizen bouwen en vergeet dat er ook nog financiële ruimte moet zijn om leraren hun werk goed te laten doen. De ander laat zich als toezichthouder kritiekloos als klankbord gebruiken, zonder de controlefunctie uit te oefenen waarvoor hij of zij is aangesteld, met alle negatieve gevolgen van dien.

De grote vraag is of de cultuur van bestuurders en toezichthouders op de schop moet of dat hier ‘slechts’ sprake is van incidenten, die nu eenmaal –helaas- bij het leven horen. Met die fatalistische gedachte kan ik niet leven, zeker niet omdat ik sta voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, dat van en voor iedereen is. De recente ontwikkelingen vragen om een grondige analyse, en als de resultaten daarvan bekend zijn, moeten we daar open en eerlijk over communiceren. Voorzitter Pieter Hettema van de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) zei onlangs dat we het ons niet kunnen permitteren om, en nu citeer ik hem, ‘na enkele grote incidenten de bladzijde om te slaan en door te gaan waar we gebleven waren’. Ik ben het helemaal met hem eens, want het onderwijs is veel te mooi en waardevol om het door bestuurscrises te laten bezoedelen!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB