Wetsvoorstel voor meer experimenteerruimte in onderwijs

Het onderwijs krijgt meer experimenteerruimte om snel te kunnen reageren op veranderende omgevingsfactoren. Een voorbeeld hiervan zijn demografische verschuivingen, zoals die zich voordoen in krimpgebieden. Lees verder

Het wetsvoorstel Innovatieve experimenteerruimte onderwijs is erop gericht voor scholen en hun besturen ruimte te creëren om buiten de gebaande paden te treden, zonder dat zij het risico lopen de wet te overtreden. 

Het belang hiervan is dat het onderwijs de gelegenheid krijgt snel en adequaat te reageren op veranderende maatschappelijke kwaliteitseisen. Te denken valt aan de eisen die aan scholen worden gesteld in verband met demografische verschuivingen, zoals bevolkingskrimp (maar ook -groei). Dergelijke veranderingen kunnen specifieke problemen met zich meebrengen. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel staat dat het onderwijs met experimenten gericht op doelmatigheid en samenwerking kan proberen om het voorzieningenniveau zowel kwantitatief als kwalitatief op peil te houden.

Ook kan worden gedacht aan innovatieve experimenten zoals de zomerscholen die al in een aantal steden bestaan, de toelating van driejarigen tot het basisonderwijs en specifieke arrangementen voor de integratie van onderwijs, zorg, cultuur en/of sport in kindcentra.

In de rechterkolom staat een artikel over een mogelijk experiment van twee kleine scholen in het Groningse dorp Wehe-den Hoorn, die willen samengaan zonder dat ze hun openbare respectievelijk christelijke identiteit hoeven op te geven. Het artikel komt uit het decembernummer van magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs. 

Bijlagen