Wij worstelen en komen boven

Definitief uitsluitsel is er nog niet, maar het lijkt er sterk op dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan. Dit wordt door veel kleine dorpsscholen als goed nieuws gezien, maar zij kunnen nu niet rustig voortdobberen op de woelige wateren van de demografische krimp. De leerlingendaling  zet door – daar heeft de toeslag geen invloed op – dus samenwerking blijft nodig om het hoofd boven water te houden!

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW  maakte in mei vorig jaar tijdens een drukbezochte persconferentie in het normaal zo rustige dorpje Wolphaartsdijk bekend hoe hij de negatieve gevolgen van demografische krimp te lijf wilde gaan. Hij stelde voor om de kleinescholentoeslag af te schaffen. Daarvoor in de plaats moest een regeling komen om kleine scholen te stimuleren met elkaar samen te werken.

De keuze van Dekker om zijn krimpplan bekend te maken in Wolphaartsdijk, midden in het krimpgebied Zeeland, sloot aan op zijn visie dat er moet worden samengewerkt om het aanbod en de kwaliteit van het onderwijs ook in krimpgebieden op peil te houden. De persconferentie was niet voor niets in basisschool Samenspel, waarin openbare basisschool De Achthoek en de protestants-christelijke school Ichtus veel samen doen.

VOS/ABB ziet de noodzaak van samenwerking in krimpgebieden ook. Onze beleidsmedewerker Hans Teegelbeckers, die zich onder andere met de krimpproblematiek bezighoudt, lichtte zijn visie in maart vorig jaar toe tijdens een gesprek met het ministerie van OCW. Hij stelde voor om met een stimuleringsregeling de samenwerking tussen scholen en schoolbesturen te vergemakkelijken. Het idee van VOS/ABB kwam terug in de visie van de staatssecretaris.

Nu het erop lijkt dat de kleinescholentoeslag blijft bestaan, wat het resultaat is van een actieve lobby van ChristenUnie en SGP gesteund door D66, rijst de vraag of de besturen van kleine basisscholen de kansen voor een positieve samenwerking met andere schoolbesturen laten voor wat ze zijn. Dat zou niet verstandig zijn, omdat de demografische krimp ook met behoud van de kleinescholentoeslag doorzet.

Als scholen kiezen voor afwachten, kan het gebeuren dat de ene na de andere plattelandsschool omvalt. Daar zit niemand op te wachten. Bovendien zou dat tot de grondwettig onmogelijke situatie kunnen leiden dat niet meer overal voldoende openbaar onderwijs beschikbaar is.

De noodzaak blijft dus onverminderd aanwezig om elkaar op te zoeken. Als het openbaar en het bijzonder onderwijs samen het onderwijs in krimpregio’s op peil kunnen houden, verdient dat absoluut de voorkeur boven de doodlopende weg om op basis van de denominatieve scheidslijnen zelf het hoofd boven water te houden.

In Zeeland hebben ze daar een mooie Latijnse spreuk voor: luctor et emergo. Die zou wat betreft het krimpende onderwijs eigenlijk moeten luiden: luctamur et emergimus – wij worstelen en komen boven!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB