Zwart-wit?

Zonder in te gaan op het plan van het bestuur PROOminent om van de openbare Zuiderpoortschool in Ede weer een gemengde school te maken, maak ik mij oprecht zorgen over alle reacties die dit nieuws heeft losgemaakt. De zwart-witproblematiek in het onderwijs vertaalt zich in zwart-witdenken! Lees verder

Op internet lees ik onder de nieuwsberichten over de plannen van de Zuiderpoortschool veel ongenuanceerde reacties en foute conclusies. Zo wordt ten onrechte beweerd dat zwarte scholen gemiddeld slechter presteren, dat witte kinderen zich onveilig voelen op gemengde scholen en ga zo maar door. Dit zijn geruchten uit de maatschappelijke onderbuik in plaats van harde feiten.

Het grote probleem is niet dat scholen te zwart of te wit zouden zijn, maar dat hierover zwart-wit wordt gedacht. Het is wel erg gemakkelijk om alle allochtone en autochtone kinderen op een grote hoop te gooien. In de praktijk zijn er veel overeenkomsten en verschillen tussen àlle kinderen.

Ongeveer een jaar geleden is onderzoek gedaan naar de schoolkeuze van ouders. Daaruit bleek dat ouders vonden dat de kinderen op de school van hun keuze ‘sociaal gezien gewoon bij elkaar passen’. Ouders voelen zich bovendien niet op hun gemak als zij met ouders uit andere sociale milieus moeten communiceren.

Deze gevoelens herken ik in de reacties op internet. Daar komt onbekendheid met en zelfs angst voor ‘de allochtonen’ uit naar voren. Door kinderen op jonge leeftijd al te segregeren, lijkt het een logisch gevolg dat de nieuwe generatie die onbekendheid en angst zal blijven houden.

Het is begrijpelijk dat ouders hun uiterste best doen om hun kinderen naar een school te laten gaan waar zij veel vriendjes krijgen en zich thuis voelen. Maar zo kunnen kinderen soms wel de rijkdom mislopen die ze meekrijgen op een school met een diversiteit aan achtergronden.

De school is bij uitstek de plaats om kinderen, ongeacht hun achtergrond, elkaar te laten ontmoeten en samen te laten leren en spelen. Juist op jonge leeftijd kijken kinderen niet oordelend naar andere, in de ogen van volwassenen vreemde, klasgenootjes. Het leert kinderen dat vriendschap over verschillen heengaat.

De verantwoordelijkheid voor gemengde scholen ligt bij schoolbesturen, maar ook bij gemeenten, de minister van Onderwijs en niet in de laatste plaats bij de ouders. Het is aan hen om de ontmoeting aan te durven, ook als het hun kinderen betreft.

Marleen Lammers, beleidsmedewerker VOS/ABB

Zie ook het gerelateerde bericht in de rechterkolom.