Constructieve samenwerking in Overlegraad VO

De besturenorganisaties in het voortgezet onderwijs en de VO-raad willen als verenigingspartners verder samenwerken in de Overlegraad VO. De wens tot verdere samenwerking is een bekrachtiging van de goede onderlinge relaties.

De partijen willen gezamenlijk en eenduidig optreden richting politiek en samenleving, zodat de gemeenschappelijke belangen optimaal worden behartigd. Aan de basis van de samenwerking staan gelijkwaardigheid en ruimte voor het eigen geluid van de partners.

De samenwerkingsovereenkomst, waarvoor de statuten van de VO-raad moeten worden gewijzigd, biedt de verenigingspartners de zekerheid dat het pluriforme geluid van de sector blijft klinken en is tevens de opmaat naar een effectievere samenwerking. De Overlegraad VO voorziet in periodiek overleg over strategische vraagstukken over de inrichting en ontwikkeling van het voortgezet onderwijs.

De Overlegraad VO zal gevraagd én ongevraagd adviezen over deze vraagstukken aan de VO-raad voorleggen. Besluitvorming over standpunten vindt plaats op basis van consensus. De samenwerkingsovereenkomst is enerzijds bedoeld voor een goed en slagvaardig functioneren van de Overlegraad VO en geeft anderzijds ruimte voor het eigen geluid van elke partner als het raakt aan de eigen kernwaarden.

Voor VOS/ABB betekent dit dat de kernwaarden van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs leidend blijven.

Van regulier overleg…
Sinds de start van de VO-raad in 2006 bestaat er al een regulier overleg tussen de besturenorganisaties en de raad over strategische vraagstukken. Het belangrijkste doel is om op het gebied van belangenbehartiging gezamenlijk en eenduidig naar buiten te kunnen treden richting politiek en samenleving. In 2012 is die samenwerking door de algemene ledenvergaderingen van de besturenorganisaties bekrachtigd en geformaliseerd door in te stemmen met het instellen van de Overlegraad VO.

…naar verenigingspartnerschap
Het afgelopen jaar heeft de samenwerking verder vorm gekregen. De gezamenlijke partijen hebben voorstellen ontwikkeld tot wijziging van de statuten van de VO-raad. Deze wijzigingsvoorstellen staan op de agenda van de Algemene Ledenvergadering van de VO-raad op 28 november 2013.

De voorstellen voorzien in een formalisering van de samenwerking: besturenorganisaties gaan een verenigingspartnerschap aan met de VO-raad. Het verenigingspartnerschap verplicht alle partijen op constructieve wijze en op basis van gelijkwaardigheid deel te nemen aan het overleg.

Bij een positief besluit van de Algemene Ledenvergadering van de VO-raad over de dan voorliggende samenwerkingsovereenkomst, gaat de Overlegraad VO per direct van start.

De samenwerkingspartners zijn VOS/ABB, Besturenraad, VBS, LVGS, VGS, VKO, ISBO en VO-raad.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Roep om versoepeling stichtingsnormen

De regelgeving voor het stichten van scholen is de afgelopen jaren door OCW aangescherpt en dat leidt volgens de organisaties (waaronder VOS/ABB)  in de dagelijkse praktijk tot ongewenste situaties. Zij komen daarom nu met gezamenlijke voorstellen om de problemen op te lossen. Die betreffen onder meer de bekostigingsregeling en de termijn waarbinnen een nieuwe school de stichtingsnorm moet halen. 

Aanpassing van de bekostigingsregeling wordt voorgesteld omdat er bij de huidige regeling vaak tijdelijk dubbele bekostiging ontstaat. Het gaat dan om de leerlingen die in een dislocatie zaten, die wordt verzelfstandigd.  Dit is op te lossen door een buitenreguliere telling te houden op 1 augustus.

Volgens de huidige regelgeving moet een nieuw te stichten school binnen vijf jaar na start van de bekostiging de vaak hoge stichtingsnorm halen. Dit leidt in de praktijk tot problemen als bijvoorbeeld de planologische ontwikkeling van een nieuwbouwwijk achterblijft. De organisaties stellen voor de termijn te verlengen tot acht jaar.

Daarentegen willen de organisaties de periode waarin de school aan de stichtingsnorm moet blijven voldoen, inkorten van 20 tot 15 jaar. Dat komt ook overeen met de normen die de VNG aanhoudt in de modelverordening voor onderwijshuisvesting. Een nieuwe school komt zo eerder in aanmerking voor permanente huisvesting.

Ten slotte willen de organisaties dat de verantwoording voor de stichting van nieuwe scholen meer dan nu op lokaal niveau komt te liggen.

In een uitvoerige notitie, die is meegestuurd met de brief aan de staatssecretaris,  hebben de organisaties hun voorstellen nader toegelicht. Brief en notitie zijn te downloaden uit de rechterkolom hiernaast.

Informatie: Gertjan van Midden, 0348-405225, gvanmidden@vosabb.nl

Bijlagen